Taalkundig onderzoek in de bovenbouw havo

Door Roland de Bonth

Lange tijd is het vak Nederlands op middelbare scholen gedomineerd door literatuur – boeken lezen, gedichten analyseren – en taalvaardigheidonderwijs – lezen, schrijven en samenvatten, voordrachten houden, debatten voeren. Het derde onderdeel van ons vak – taalkunde – is jarenlang stiefmoederlijk behandeld. Wordt er in de onderbouw naast zinsontleding en woordbenoeming doorgaans nog wel enige aandacht geschonken aan taal en taalkundige verschijnselen – dialecten, jongerentaal, spreekwoorden – in de bovenbouw is daar  amper sprake meer van.

Met het verschijnen van Taalkunde voor de tweede fase van het VWO in 2006 van Hans Hulshof, Maaike Rietmeijer en Arie Verhagen kregen docenten Nederlands een instrument in handen om hier verandering in aan te brengen. In het boek werd duidelijk gemaakt dat taalkunde ‘’maatschappelijk en cultureel relevante kennis’’ is. Een van de redenen om dit boek te schrijven was om het vak Nederlands van een imagoprobleem af te laten komen. Leerlingen vonden Nederlands saai en bovendien niet erg uitdagend. De kennis die je nodig hebt om het centraal schriftelijk eindexamen Nederlands te maken, kun je in een paar weken tijd gemakkelijk leren. De uitdaging zit vooral in het toepassen van die kennis op in moeilijkheidsgraad opklimmende teksten. Leer je in de brugklas al wat de hoofdgedachte van een tekst is en hoe je die moet vinden, in het eindexamen is de vraag naar de hoofdgedachte nog altijd vaste prik.

In de afgelopen tien jaar is er veel ten goede veranderd voor taalkundig geïnteresseerde docenten. Zo hebben we behalve het prachtige boek De taalcanon – in 2014 terecht bekroond met de Populariseringsprijs van de Landelijke Onderzoeksschool Taalkunde (LOT) – de indrukwekkende en voortdurend geactualiseerde website. Er zijn intussen ook vier aansprekende animatiefilmpjes verschenen bij onderwerpen uit de taalcanon; hieraan zijn lesopdrachten toegevoegd door de makers van de gratis digitale lesbrief TLPST. Mathilde Jansen vestigde hier onlangs op Neerlandistiek al de aandacht op,

Verheugend is het om te lezen dat TLPST – een samenwerkingsverband tussen de veelgebruikte lesmethode Nieuw Nederlands en het Genootschap Onze Taal – ervoor gekozen heeft ook opdrachten te maken die mikken op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Ik vind dit een goede ontwikkeling en ik hoop dan ook van ganser harte dat de medewerkers van TLPST besluiten dat dit experiment in de nieuwsbrief van januari 2018 een blijvertje is.

Het Docentontwikkelteam (DOT) ‘Activerende didactiek voor taalkunde’ van het Meesterschap Nederlands mag in dit verband evenmin onvermeld blijven. [link: https://nederlands.vakdidactiekgw.nl/nascholing/docentontwikkelteams-nederlands/nederlands-dot-activerende-didactiek-voor-taalkunde/] Onder het motto ‘’meer inhoud, meer plezier en betere resultaten’’ wordt al een paar jaar inspirerend onderwijs ontworpen. Enkele voorbeelden van lesmateriaal zijn hier te vinden.

Dat leerlingen van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met onderzoek in aanraking worden gebracht, zou vanzelfsprekend moeten zijn. Maar een onderzoekende houding en kennis maken met onderzoek is iets waar ook havisten baat bij hebben en plezier aan kunnen beleven. Bekijk op de website van Wetenschapsoriëntatie Nederlands maar eens de antwoorden die worden gegeven op de vraag ‘Waarom WON?’ Het enige punt dat niet direct van toepassing is op havo-leerlingen is dat WON leerlingen voorbereidt op een universitaire studie.

Het afgelopen half jaar heb ik samen met een collega voor 4 havo een opdracht ontworpen om taalkundig onderzoek te doen. Om structuur in deze opdracht aan te brengen hebben wij gebruik gemaakt van een stappenplan dat op onze school gangbaar is bij de beta-vakken. Het is een van de vele varianten van de onderzoekscyclus waarvan op internet talloze voorbeelden circuleren. Ik zal deze acht stappen hieronder van een korte toelichting voorzien.

Stap 1 Onderwerpkeuze en onderzoekvraag

Leerlingen konden gebruik maken van de onderwerpen op de website van de Taalcanon, waar overigens ook een lesbrief Onderzoeksopdrachten te vinden is en een overzicht met onderzoeksvragen bij de taalcanon. Daarnaast werden ze op het spoor gezet van taalkundig onderzoek door middel van populair-wetenschappelijke artikelen uit Onze Taal. Ook zelf een onderwerp bedenken was in overleg mogelijk.

Stap 2 Hypothese

Leerlingen moesten nadenken over de resultaten en de antwoorden die ze uit het onderzoek dachten te halen.

Stap 3 Theorie

Voor de meeste leerlingen vormde het artikel op www.taalcanon.nl het startpunt (en voor sommigen helaas ook het eindpunt). Leerlingen hebben vervolgens zelf nog andere bronnen verzameld op het internet, maar die vaardigheid kan bij de meesten nog wel een duwtje in de rug krijgen.

Stap 4 Materiaal en methode

In deze stap moesten leerlingen nadenken over de vraag hoe ze het beste hun onderzoek kunnen uitvoeren om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Het bestuderen van vakliteratuur is een voor de hand liggende oplossing om informatie te verzamelen, maar echt enthousiast werden leerlingen pas door liedjes te beluisteren met bepaalde taalverschijnselen, interviews te houden en (online) enquêtes af te nemen.

Stap 5 Resultaten verzamelen en verwerken

Belangrijk in deze stap was om alle gegevens overzichtelijk te ordenen, bijvoorbeeld in tabellen of grafieken, zonder er direct conclusies aan te verbinden. Dat moest namelijk gebeuren in

Stap 6 Conclusie(s) trekken

Het advies was om te starten bij de hypothese. Is die uitgekomen of niet? Waarom wel of waarom niet. Door het antwoord toe te lichten aan de hand van voorbeelden was een conclusie meestal tamelijk eenvoudig te trekken.

Stap 7 Discussie en evalueren

Was er iets aan je onderzoek wat misschien beter had gekund? Wat voegt jouw onderzoek toe aan het artikel dat je gelezen hebt? Wat zou je eigenlijk nu nog verder moeten, kunnen of willen onderzoeken?

Stap 8 Verslaglegging/rapporteren

De bovenstaande stappen moesten tot slot verwerkt worden in een werkstuk.

Terugkijkend op deze opdracht, denk ik dat het taalkundig onderzoek zich een vaste plaats in ons curriculum heeft weten te verwerven. We hebben gezien dat de meeste leerlingen serieus en vol enthousiasme hebben gewerkt aan deze taalkundeonderzoeksopdracht. Dat niet alle conclusies even betrouwbaar waren, hebben we dit keer dan ook voor lief genomen. Volgend jaar zullen we zeker het nodige bijstellen. Zo moet er zeker extra aandacht komen voor zoeken op het internet en voor een goed gebruik van verschillende onderzoeksmethodes. Maar dat zullen we met plezier doen: lezen over taalkundig onderzoek is interessant, inspirerende opdrachten maken over taalkunde is interessanter, maar zelf taalkundig onderzoek doen is verreweg het interessantst.