Nederlandse letterkunde in de Verenigde Staten

Door Yves T’Sjoen

Elk jaar organiseert Modern Language Association of America (opgericht in 1883) een druk bijgewoond en veel te groots opgevat congres in een metropool van de Verenigde Staten. Horden congresgangers treffen elkaar in mastodontische en poepchique hotels van het type Hilton en Sheraton. Van 4 tot 7 januari had in een berenkoud New York City, met een meteorologisch understatement, de 133ste editie plaats met in totaal 830 sessies. Voor de Humanities is MLA een jaarlijks terugkerende bomcycloon. Het driehonderd pagina’s omvattende overzicht wordt jaarlijks gepresenteerd in een speciale aflevering van Publications of the Modern Language Association of America. Het is niet alleen het meest imposante symposium voor geesteswetenschappelijk onderzoek aan de andere kant van de Atlantische oceaan: daarenboven is het op het gebied van lidmaatschap en registratie in zoverre ik het kan inschatten het duurste ter wereld. Al betalen onderzoekers niet werkzaam in de VS aanzienlijk minder deelnamekosten. MLA en bij uitbreiding het onderzoek van de menswetenschappen staat al enkele jaren onder druk in Amerika. Het is sinds de verkiezing van Donald Trump niet beter geworden. Integendeel.

Een van de forum sessions tijdens de jaarbijeenkomst is gewijd aan Nederlandstalige literatuur. Naar verluidt bestaat de Netherlandic Discussion Group inmiddels vijftig jaar. Bij het begin van het nieuwe jaar presenteren neerlandici werkzaam in de States, Europa en elders in de wereld hun onderzoek. Hoewel de sessie verdwijnt in een overvloed van referaten en themawerkgroepen, over de meest uiteenlopende onderwerpen en disciplines die van ver of nabij aansluiten bij het presidentiële thema “States of Insecurity”, is het toch van belang dat ook de literatuurstudie van de Lage Landen een platform heeft in de Verenigde Staten. En dat het in stand wordt gehouden.

De voorbije dagen presenteerden onderzoekers verbonden aan universiteiten in België, Nederland en Italië een paper. Klemtoon lag op (post)koloniale letterkunde (“(Post)Colonialities and Netherlandic Literature”), met aandacht voor bourgeois drama en de literaire representatie van slavernij in de achttiende eeuw (Sarah Adams, UGent). Daarnaast kwamen interacties aan bod tussen Afrikaans en Nederlands, respectievelijk Afrikaanse poëzie van Antjie Krog en Ronelda Kamfer en de referenties aan de koloniale tijd in de zeventiende en achttiende eeuw van het Koninkrijk der Nederlanden (Francesca Terrenato, Universiteit van Rome) én de door de Censuurraad van het apartheidsregime verboden roman Kennis van die aand van André P. Brink (Ted Laros, Open Universiteit van Nederland).

In de marge van het discussieplatform besliste het executive committee de voorbije dagen dat volgend jaar in Chicago (Presidential Theme: “Textual Transactions”) naast het panel over transnationale literaire relaties tussen Nederlands en andere talen ook een tweede meer interdisciplinaire sessie zal plaatsvinden over vroegmoderne literatuur van het Nederlandse taalgebied. De oproep wordt medio februari voorgedragen aan het bestuur van MLA.

Intussen vestigde James Parrente (University of Minnesota) de aandacht op een open oproep voor de negentiende Interdisciplinary Conference on Netherlandic Studies, tweejaarlijks georganiseerd door American Association for Netherlandic Studies in Bloomington (Indiana). Het thema is “The Changing Lowlands”. Frits van Oostrom staat alvast geregistreerd als keynote. Aanmelden kan tot 10 januari e.k..