Het Engels trekt aan ons allemaal

Door Marc van Oostendorp

Het was fijn dat Bas Heijne zaterdag in de NRC pleitte voor een zakelijk debat over het hoger onderwijs. Helaas zag hij, net als veel andere deelnemers aan de discussie, daarbij één ding over het hoofd: dat de hang naar het Engels niet slechts een rare modegril is van ijdele bestuurders, of een teken dat de universiteit met de rug naar de samenleving staat. Het is minstens evenzeer een teken hoe de universiteit gevoelig is voor dezelfde zaken als wij allemaal.

Het Engels heeft op vrijwel alle Nederlanders een bijna onweerstaanbare aantrekkingskracht – dat geldt trouwens voor vrijwel iedereen in de westerse wereld. Het is zeker niet alleen een taal voor de elite. Er is bijvoorbeeld geen politicus die zo vaak in het Engels twittert als Geert Wilders (PVV), terwijl die zich er juist op laat voorstaan op te komen voor ‘het volk’. Geboren Nederlanders met een Engelse voornaam als Kevin of Ashley hebben bovengemiddeld vaak ouders met een lagere opleiding. Populaire tv-series hebben vaak Engelse namen, ook als ze bijvoorbeeld uit Scandinavië komen. Populaire thrillers en andere boeken zijn bovengemiddeld vaak vertaald uit het Engels: zelfs wie die taal niet vlot leest, wil kennelijk wel het liefst boeken lezen die erin geschreven zijn.  Zelfs het feit dat zowel Groot-Brittanië als de Verenigde Staten zich politiek recentelijk isoleren, lijkt geen verandering te brengen in die fascinatie.

Leeftijdsgenoten

Wat er op de universiteiten gebeurt, kun je alleen in die context zien. Opleidingen die overschakelen naar het Engels trekken vrijwel gegarandeerd meer Nederlandse studenten – naast eventuele buitenlanders. Zulke opleidingen worden dus niet door cynische bestuurders door de strot van onwillige burgers geduwd: ze zijn het antwoord op een maatschappelijke vraag. De besturen van instelling voor hoger onderwijs zouden onnozel moeten zijn om geen antwoord te geven op die vraag, want de inkomsten van instellingen van hoger onderwijs worden voor een belangrijk deel bepaald door studentenaantallen.

Hoe komt het dat Nederlandse studenten de voorkeur hebben voor Engelstalige opleidingen? Er is nog niet veel onderzoek naar die vraag gedaan, maar waarschijnlijk is het dezelfde reden waarom tweetalige vwo’s (tvwo) en basisscholen steeds populairder worden: studenten en hun ouders zien het als een aantrekkelijk extraatje. Je krijgt niet alleen een goede opleiding, je leert ook nog eens goed Engels. Dat het Engels van voormalige leerlingen van het tvwo uiteindelijk helemaal net zoveel beter is dan dat van hun eentalige leeftijdsgenoten, is daarbij kennelijk van minder belang.

Gehecht

Het is daarom lastig om de verengelsing van de universiteit zomaar te stoppen. Tegelijkertijd is het wel nodig, want in zekere zin versterken deze ontwikkelingen zichzelf. Doordat we steeds meer gericht raken op de Engelstalige wereld, komen we ook steeds meer met ons rug te staan naar – bijvoorbeeld – onze Duitstalige en Franstalige buren, die we vaak alleen nog in het Engels bereiken. En omdat we minder van dat achterland weten, lijkt het ook minder de moeite waard. Zulke eenzijdigheid is natuurlijk op termijn economisch én cultureel gevaarlijk. Niet het Nederlands, onze kennis van vreemde talen is vooralsnog het grootste slachtoffer van de verengelsing.

Het voornaamste drukmiddel dat de politiek heeft is, denk ik: iets veranderen in het betalingsmodel van universiteiten, zodat die niet zo sterk afhankelijk zijn van studentenaantallen. Voor kleine opleidingen is het nu aantrekkelijk om in het Engels te gaan onderwijzen om nét boven een minimum te komen. Grote opleidingen nemen Engelstalig personeel aan om al die buitenlandse studenten te kunnen bedienen. Wanneer Nederlandstalige opleidingen bijvoorbeeld extra financiële steun krijgen (meer geld per student), wordt die ontwikkeling vast ten dele gekeerd.

Ondertussen blijft de door Bas Heijne gewenste discussie nodig, maar hij moet breder worden gevoerd. Waarom zijn wij zo gefascineerd door dat Engels, terwijl we in doorsnee toch ook gehecht zijn aan het Nederlands? En hoe kunnen we bij dat alles ook open blijven staan voor de rest van de wereld?