Gedicht: Rudie van Lier – Caracas

Caracas

Door het landschap tussen vliegveld
en stad reden drie mannen,
één was de taxichauffeur,
ik was de twee anderen.
Eén van hen was daar
tussen de bergen, wind was op zijn huid,
het vroege morgenlicht was in zijn ogen,
en hij zag de dag opengaan;
de andere was ergens, ik weet niet waar,
in een donkere kamer van rouw.
Het was niet duidelijk, of hij er rouwde
of daar, gestorven, lag opgebaard.

Rudie van Lier (1914-1987)