Gedicht: Leo Vroman – Paart robijn

Dit gedicht werd gepubliceerd in Tirade met een toevoeging voor uitgever Geert van Oorschot: “Geert! Kan je dit gebruiken? Moet met toenemende hulpeloosheid gelezen worden.”

Paart robijn

Al in het perke groen en vaars
van zijne jufferloofde
daar steeg de Prins so heethans of
dat sijn aalbasten laars
het paart onthoofde.

Scheurend met een gemak
als waart paapspieren zak
so spuwde een stroom juweelen
vande gereten nak.
Daar kwamen silverstelen,
versploten diamanten,
zes fielengraan trawanten,
twaelf touwen senuwkralen,
drij dwarse heerenbooten,
een’ outsla vol viloten
en t ander t nog zes smalen
int gras dat al root bloeide,
daar Pincks Traenblommen vloeiden
en Blommen van der Zee
dat hemelsblaauw en bruysen
oftewel Boeren Griep
daarvan de fryt bekruysen.

Doch binst haer goorsedynen
daer stong die Maeghet kweynen
vande lachgebuien krom
heur dwasen Prinsen om.

Moraal: wie t welen were
sal syt ent saut soefieren
wyl wendet woorde wiek;
dies dieuwe, dies geliek
verswachtelde waterberen.

Leiden, Nov. 1968

Leo Vroman (1915-2014)

 

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.