Gedicht: Jan Luyken – Het thee en koffy-gereedschap

Het thee en koffy-gereedschap.
“Lust is een diepe Put.”

De Ouden hielden zich te vreden,
Mits dat zy tweemaal op een dag,
Den t’zaamenvoeg ter tafel deeden,
En vierden zo dien ommeslag.
Maar Jongertyd, in onze dagen,
Heeft deze maat verdubbeleerd,
En tot een ieders welbehaagen,
De viermaal tafeling geleerd.
Of Gulzigheid hier is verbannen,
En maatigheid den teugel houd,
Dat staat by ieder uit te wannen,
Wanneer hy ’t opwerpt en beschouwd.
ô Dorre gronden, zo genegen,
Tot zwelgen van veelvoudig vocht,
Ziet toch in tyds na zulke wegen,
Langs welke gy ontkomen mogt,
(Na dat gy deze tyd passeerden,)
Die drooge plaats, daar iemant lag,
En maar een Dropje nats begeerden,
Doch deze gaave niet en zag.

Jan Luyken (1649-1712)
uit: Het leerzaam huisraad (1711)

• Jan Luiken gaat tegenwoordig door voor een femelaar geweest te zijn, en iedereen weet van hem dat hij in zijn jeugd een vrolijke Frans was, maar na zijn bekeering al de exemplaren van een bundeltje minnedichten, die hij indertijd gemaakt had, trachtte op te koopen en te vernietigen. Verbeeld u eens, wat een onverstand!

Ik wou dat er twee Jan Luikens geweest waren, een die verzen en teksten, en een ander die prentjes uitgaf, bij verschillende uitgevers. Want teksten en verzen vind ik best en prentjes vind ik best, – maar teksten en verzen en prentjes bij mekaar vind ik niet best. Er hadden twee Jan Luikens moeten wezen en die twee hadden elkaar liefst nooit moeten tegenkomen.

– Albert Verweij