Gedicht: Jac. van Looy – Middel-Eeuw

• Jan Greshoff was niet gecharmeerd van onderstaand gedicht: “Laten wij maar dadelijk zeggen dat een klinkdicht als dit, hoe merkwaardig ook, voor ons begrip weinig, neen niets, met poëzie van doen heeft.” Het gedicht ‘Blinde man’ vond hij wel heel mooi.

Middel-Eeuw

Op Mijner Wereld regel-rechte banen
Pronk-volkren trekken op ter Kathedrale
Kaproen, pij, toog; kazuifel, filigrane
Mijter; dorpers-rood, rood van kardinalen.
In val en dreun van kanonieke schalen,
Man-basse’, in wierook knapen als sopranen;
Naar ’t donker dienen boven de missalen
Schreed heer en knecht, met kruis, reliek en vanen
Al boven ’t stijve stoeten van de lieden
Zag ik in ’t kerk-aanzicht, de Maged, hoog
In ’t glas-gebrand, nacht-purper ossen-oog,
Haar smartlijk hart gelijk een bloem aanbieden.
’t Ruim rookt’, ’t goud smeuld’, de Maagd het Hart hield bloot….
En ’t storremde àl in eenen ren van rood.

Jac. van Looy (1855-1930)