Gedicht: F. Springer – Wij vlogen uit Indië

Wij vlogen uit Indië

Nooit zal ik vergeten de borsten
van mijn bandoengse schooljuffrouw
die vrijde met een oorlogsvrijwilliger
in eenenveertig had hij leren vliegen
zijn foto’s gingen rond in de klas
kaki bivakmuts en knoppen op de kraag
scherp snorretje gejaagd door de wind

een mooie indische juffrouw
Adoree en niet streng
zij logeerde kerstmis 41 met hem
in een hotel boven Garoet
de laatste vakantie empire-stijl
voor iedereen- wij waren er ook
mijn vader sloeg een vent van de bar
die zei dat de japanners sterker waren
dan de geallieerden, na tafel wilhelmus
god save etcetera zelfs chinese volkslied
door de radio- gevloek
het nieuws is slecht wordt slechter

er werd gesport gedanst
Adoree en haar vlieger overal vooraan
wij jongetjes begluurden hen
Max Jansen legde uit wat zij deden
in hun paviljoen:
afgrijselijke daden van volwassen mensen
wij zaten tussen de canna’s
daar kwam zij uit de kamer in
het maanlicht ik zal haar borsten
nooit vergeten Adoree riep hij
van binnen
in de bar lawaai van onze vaders
maar de allerlaatste vakantie was het wel

nog hielden ze rammengevechten bij Tjikadjang
het nieuws werd slechter
mijn vader ging- een officier die niet
kon schieten ik schaamde mij voor hem
was trots ook wel
zijn kop stond oud en smartelijk
als hij in motor met zijspan werd thuisgebracht
na tien uur decoderen op het hoofdkwartier
rampzalig nieuws van Karel Doorman.

F. Springer (Carel Jan Schneider, 1932-2011)