Erbij horen of niet?

Door Lotte Thissen

“Waar kom je vandaan?” Wie deze vraag te horen krijgt, wordt gezien en bestempeld als ‘anders’ of afwijkend van een bepaalde norm. Mijn etnografische onderzoek in de Limburgse stad Roermond ontmoedigt de vraag “waar kom je vandaan?” en termen als ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’.

De provincie Limburg wordt vaak geassocieerd met carnaval, katholieken en het gebruik van dialect en de zachte g. Mijn studie naar dagelijkse taalpraktijken van mensen in Roermond laat echter zien dat ‘de provincie’, net als de Randstad, een gebied is waar meertaligheid en culturele diversiteit bestaat. In Roermond vinden er interessante ontmoetingen en combinaties plaats tussen sprekers van wat we zien als dialect, Nederlands, een mondiale taal als Engels en migratie- en mobiliteitstalen als Arabisch en Turks. Daarbij is er een groot verschil tussen wat mensen zeggen dat ze doen en wat zij in werkelijkheid doen; de mede-eigenaar van een supermarkt vond dat het voor hem, als Turk, blöd is om plat (dialect) te praten, maar tijdens mijn veldwerk heb ik hem dagelijks dialect horen spreken met klanten, naast allerlei andere talen.

Mijn onderzoek geeft zo inzicht in de manieren waarop mensen talig met elkaar omgaan in het dagelijks leven in Limburg. Welke talige middelen gebruiken zij om elkaar aan te spreken en het gevoel te hebben er wel of niet bij te horen in een bepaalde plek? Deze kwesties zijn belangrijk in een meertalige en cultureel diverse wereld waarin we elkaar dagelijks bevragen op basis van taal en cultuur over wie dé Nederlander of dé Limburger is en wie niet. Mensen zijn in alledaagse en, op het eerste gezicht, onschuldige ontmoetingen voortdurend grenzen aan het trekken tussen ‘wij’ en ‘zij’ door talige gebruiken. De beschrijvingen van deze dagelijkse ontmoetingen leren ons dat iedereen zich buitenlands of out of place kan voelen, ongeacht of iemand (al generaties lang) uit Roermond komt, uit Den Haag of Marokko. Zo zouden twee mannen in mijn onderzoek, oorspronkelijk geboren in ‘Holland’, ‘autochtoon’ zijn, maar ze blijken zich ‘allochtoon’ te voelen in hun eigen land, in Limburg. Mensen zijn voortdurend bezig met talking in and out of place van zichzelf en anderen, ongeacht hun geboorteplek of achtergrond en wat en hoe ze spreken.

De vraag “waar kom je vandaan?” is daarom nietszeggend en zet een persoon weg als buitenstaander die er niet bij hoort, ook al voelt deze persoon juist het tegenovergestelde. De veldwerkbevindingen uit Roermond tonen dat gevoelens van er wel of niet bij horen sterk afhankelijk zijn van de plekken waarin we ons begeven. Dit maakt termen als autochtoon en allochtoon willekeurige containerbegrippen die mensen beperken en geen inzicht geven in de daadwerkelijke ervaringen en praktijken van mensen.

Het feit dat iemand er ‘anders’ uit ziet of buiten Limburg geboren is, wil niet zeggen dat deze persoon geen dialect spreekt. De vraag “waar kom je vandaan?” of het label “allochtoon” kan dan ook een pijnlijke ervaring opleveren. Ik pleit er daarom voor dat we tijdens ontmoetingen met nieuwe mensen open zijn door eerst te vragen welke taal we kunnen spreken in plaats van meteen Nederlands, Engels, dialect of welke taal dan ook te kiezen.

Lotte Thissen heeft op donderdag 11 januari 2018 haar proefschrift “Talking in of out place. Ethnographic reflections on language, place, and (un)belonging in Limburg, the Netherlands” verdedigd. Indien u graag een digitale versie van haar proefschrift ontvangt, kunt u een mailtje sturen naar lottethissen@hotmail.com

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Erbij horen of niet?

  1. Bert Mostert schreef:

    Zelf woon ik sinds anderhalf jaar in Zuid Limburg na bijna tien jaar Wallonië. Daarvoor woonde ik sinds mijn geboorte in de Randstad. Zowel in België als in mijn huidige woonplaats wordt mij vaak gevraagd waar vandaan ik kom. Dat heb ik nooit “pijnlijk” of “nietszeggend” gevonden, integendeel een uitnodiging tot contact en een mogelijkheid iets over mezelf te vertellen en van anderen iets te horen. Bijvoorbeeld dat mijn Frans als van een Zwitser klinkt. In Limburg voel ik me en ben ik buitenstaander en meer allochtoon dan bijvoorbeeld de tandartsen die hier vaak in het Midden Oosten geboren zijn. Een ontmoeting beginnen met “te vragen welke taal we kunnen spreken” is gekunsteld; beter kunnen we beginnen met luisteren. En : niet te voorzichtig ten opzichte van “nieuwe mensen”.

Reacties zijn gesloten.