Vakdidactiek met je ouders

De vorige generatie wordt niet vergeten in ons managershorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

“Het is allemaal leuk en aardig,” zei de ietwat saaie vakdidacticus Gerard enigszins beteuterd, “maar er lijkt nu ineens overeenstemming te zijn dat het nieuwe studieprogramma Neerlandistiek met je ouders gaat heten.”

“Zo is het!” zei Wouter. “We zijn het er allemaal over eens. Een zonnige toekomst voor ons vak ligt voor het grijpen.”

“Maar vorige maand lag die zonnige toekomst nog in de combinatie Neerlandistiek en geld. Ik heb er speciaal mijn eigen leerstoel op aan laten sluiten door hem Vakdidactiek en geld te noemen. Het is nu denk ik te laat om nog aan het seeveebee te vragen om hem in plaats daarvan Vakdidactiek met je ouders te noemen.”Wouter proestte het uit. “Maar dat zou ook wel een beetje idioot zijn, natuurlijk! Dat de studenten hun ouders meenemen op stage. Dat die de orde moeten bewaren in de klas terwijl hun kroost probeert iets op het smartboard te tekenen!” Hij keek naar Joop, de alleswetende focalisator van deze geschiedenis, tevens specialist in middelnederlandse voegwoorden. “Daar zou je nu eens aandacht aan moeten besteden in je satirische column, Joop!”

Joop keek verschrikt op van zijn laptop. “Ik heb die voor deze week net ingeleverd,” verontschuldigde hij zich. “Ik wilde deze week eigenlijk lekker doorwerken aan het boek dat ik aan het schrijven ben voor Oxford University Press.” Hij sprak die titel uit met een eigenaardig soort accent, het soort dat je verder alleen op Schiphol hoort, bij de omroepers daar.

“Hoe dan ook,” besliste Wouter. “Jij houdt gewoon je titel. Ik ben per slot van rekening ook nog altijd hoogleraar Financiële Letterkunde en niet Boeken Lezen Met Je Ouders. Er kan ook best verschil zijn tussen je leeropdracht en wat je die kinderen leert. En hun ouders.”

“Betekent dit”, vroeg Sophie, “dat ik ook een keer mijn ouders kan meenemen naar de afdeling? Zij zijn best nieuwsgierig naar mijn werkomstandigheden, vooral sinds ik in een manager geworden ben.”

“Dat lijkt me een prima idee,” zei Wouter. “Organiseer jij nu eens een ouderdag voor alle medewerkers. Waar waren we gebleven? Oh ja, we zouden een congres organiseren. Ook dat congres zou dus in het teken kunnen staan van dit thema: Intergenerationele neerlandistiek noemen we dat. Want we kunnen natuurlijk met ons onderzoek niet achterblijven bij deze verrassende nieuwe ontwikkeling.”

Nu stak Femke haar hand op. “Maar als we dat thema nu vanwege dit congres al op Neerlandistiek gaan zetten”, zei ze, “dan lezen de collega’s in den lande het ook. En dan kapen ze het misschien wel voor onze neus weg. Zit heel Nederland straks Neerlandistiek te doen met zijn of haar ouders.”

Daar was iedereen wel even stil van.