Gedicht: Albert Verwey – Het geboren woord

Het geboren woord

Het Woord? Ge zoekt het Woord? Kerstklokken luiden.
Het Woord werd vleesch, en is een kind.
Geen Wijzen kunnen korter duiden
Wat u en mij aan ’t leven bindt.

Zij die Geweld meer dan het Woord aanbaden
Bootsen een kribbe en knielen neer.
‘T kind dat zij dagelijks verraden
Vereeren ze als hun God en Heer.

De onsterfelijke Koning van de menschen,
Die de eeuwge strijd in zich beslecht,
Zien ze aan en haasten naar hun grenzen:
Heeren zijn wij, alle andren knecht.

De Daad, hun eigen Daad, verstaan ze als heilig,
De onvruchtbre, die geen kindren baart;
‘T Woord voor hun woeden nergens veilig
Vindt langer niet een steê op aard.

Daal neer, Woord en Geboorne, en wees weer Koning!
Onthoud ons uw Geheimnis niet!
Kom weer en maak ons hart de woning
Waarin uw wonder ons geschiedt!

Hebt ge in een kind uw levend woord gevonden,
Vondt ge in een levend woord uw kind,
‘T Geheimnis ligt voor u ontwonden,
Het Leven wordt door u bemind.

Albert Verwey (1865-1937)
uit: Het zwaardjaar (1916)