Kun je niet gewoon lekker op je kamertje leiding geven?

Een leidinggevende mijmert over zijn leidinggegevenen, in onze spannende managersserie De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp
In samenwerking met Asibot

“Gerard”, zei Joop rustig tegen de net binnengetreden ietwat saaie vakdidacticus. “Wouter hier”, hij wees op de voormalige hoogleraar Financiële Letterkunde die in een manager veranderd was, “is boos op me geworden omdat ik zijn kandidaat voor een nieuwe baan niet wil accepteren. Vandaar dat hij zijn vuist heeft gebald en zo op mij af komt lopen.”

Gerard was zelf ook ooit in een manager veranderd en keek nu geïnteresseerd van Joop naar Wouter. De laatste liet zijn vuist zakken.

“Was jij niet de vertrouwenspersoon van onze afdeling, Gerard?”, vroeg Joop gemelijk. “Ik denk dat ik een vuist van een leidinggevende niet hoef te accepteren.” Hij niesde. “Denk je dat ik een formele klacht kan indienen?”

Gerard trok bleek weg. Hij hield vooral sinds hij in een manager was veranderd, niet van lastige beslissingen. En eigenlijk vond hij alle beslissingen lastig. Leiding geven was natuurlijk wel leuk, maar je zou daarbij niet de hele tijd voor het blok moeten worden gesteld en dan voor je zogenoemde ondergeschikten beslissingen nemen. Die konden dat toch immers ook best zelf?

“Een formele klacht!” Wouter lachte. “Joop, je overdrijft. Je bent nu al jaren bezig met je reeks De verleden tijd van lijken en daarin is nog geen druppel bloed gevloeid. Ik ben een robot, ik kan mensen niet vermoorden. Wat dat betreft wordt het tijd dat je eens een bloedneus krijgt, jongen. ”

“Met al dat niezen”, lachte Gerard nu opgelucht. Eigenlijk vond hij al dat praten ook niet leuk, bedacht hij, vooral sinds hij leidinggevende was. Al die leidinggegevenen wilden altijd maar van alles. Kon je niet gewoon lekker op je kamertje leiding geven, of eventueel alleen temidden van andere leidinggevenden opereren? Waarom moest je je eigenlijk de hele tijd bemoeien met mensen die zelf geen manager waren?

Joop leek inmiddels zijn belangstelling alweer verloren te hebben, en tuurde verlangend naar zijn Middelnederlandsch Woordenboek. “Mooi,” zei Wouter. “Dat was natuurlijk een misverstand. Ik zou je nooit iets willen opdringen voor je verhaal, Joop. Ik geniet er juist iedere keer weer van, zo’n onafhankelijke geest als jij bent. Heerlijk, hoe je de managerscultuur altijd te kijk zet. Het is niet iets wat je trouwens wel en dan ben je niet gewoon.”

“Nou,” gnuifde Gerard. “Maar daar kom ik eigenlijk niet voor, jongens. Ik heb goed nieuws!” Hij keek zijn collega-leidinggevende en de leidinggegevene even indringend aan. “Ik ben benoemd tot hoogleraar! Vakdidactiek en geld, heet mijn leerstoel, helemaal in lijn met de nieuwe ontwikkelingen in onze toekomstige structuur.”

“Wat fijn!” zei Wouter, terwijl Joop stiekem probeerde in zijn woordenboek te kijken. “Heb je je oratie al geregeld?”

“Ja,” zei Gerard trots. “Het zal een verhaal worden over het belang van fundamenteel onderzoek.”