Het eindexamen moet meer disciplines bevatten dan louter tekstbegrip

De studentenaantallen Nederlands lopen terug. Hoe komt dat? De redacties van Neerlandistiek en van VakTaal vroegen het aan studenten Nederlands in Utrecht. Deze week publiceren wij vier reacties van deze studenten. De reacties van Marlou Flos en Mariska van den Hove verschijnen in VakTaal. Studenten, ook van andere steden, kunnen nog steeds insturen naar Neerlandistiek.

Door Julia van den Beld

In de jaren zeventig telde de studie Nederlandse taal en cultuur meer dan tweehonderd eerstejaars. Hoe kan het dat zich anno 2017 nog maar 42 eerstejaars hebben ingeschreven voor een studie, waar de studenten zelf zo enthousiast over zijn?

Nederlands was op middelbare school mijn lievelingsvak. Ik heb altijd les gehad van enthousiaste docenten en vooral in de eerste, tweede en derde klas deden we veel creatieve opdrachten naast de gewone lesstof. Ik vond alle disciplines interessant, van grammatica tot literatuur, waardoor voor mij al vrij vroeg duidelijk was dat ik me verder in het vak wilde verdiepen. Ik heb toen open dagen bezocht en heb me vervolgens ingeschreven voor de studie Nederlandse taal en cultuur aan de universiteit van Utrecht. Ik zit nu in het tweede blok van mijn eerste jaar en ik heb het ontzettend naar mijn zin. De studie is precies wat ik ervan verwachtte en ik zit helemaal op mijn plek.

Enthousiasmeren

Toch loopt het aantal studenten Nederlands elk jaar verder terug. Hoewel ikzelf op wel de middelbare school enthousiast geworden ben voor het vak Nederlands, heb ik het idee dat dit de plek is waar het fout gaat. Ik zie mezelf als uitzondering op de regel en ik kan me heel goed voorstellen dat niet iedereen warm loopt voor de lessen Nederlands. Dit heeft naar mijn mening met name te maken met het eindexamenprogramma van het vwo. Er is de laatste tijd sowieso veel kritiek op het eindexamen Nederlands; het eindexamen 2016/2017 was het meest beklaagde examen ooit. Niet alleen zou het inhoudelijk niet goed in elkaar zitten — op veel vragen is bijvoorbeeld niet een eenduidig antwoord te geven – ook is het feit dat louter tekstbegrip getoetst wordt niet representatief voor het vak Nederlands, dat uit verschillende disciplines bestaat.

Het achterliggende idee is dat andere takken als literatuur, grammatica, woordenschat en spreek- en schrijfvaardigheid getoetst worden in het schoolexamen. In de praktijk is het gevolg hiervan echter dat scholieren in de vijfde en zesde klas toch voornamelijk bezig zijn met tekstbegrip, omdat dit voor het examen getraind moet worden. Die examentraining wordt door veel leerlingen als saai en vervelend ervaren. Hierdoor ontstaat een negatieve associatie met het vak Nederlands, wat natuurlijk niet bijdraagt aan het enthousiasmeren van leerlingen voor het vak en de studie. En dit alles gebeurt precies in de periode dat de leerlingen hun studiekeuze moeten maken.

Verkeerd beeld

Ook krijgt de scholier een verkeerd beeld van de inhoud van de studie Nederlands. De studie Nederlandse taal en cultuur wordt door menig scholier vanzelfsprekend in verband gebracht met het vak Nederlands. Het vak Nederlands dat op de middelbare school wordt gegeven is echter niet representatief voor de opleiding. Allereerst komt dat door het uitvoerig geven van examentraining, zoals eerder genoemd, waardoor de andere disciplines op de achtergrond geraken. De studie Nederlandse taal en cultuur bestaat namelijk uit veel meer dan enkel tekstbegrip. Tekstbegrip zoals in het voortgezet onderwijs wordt gegeven maakt daar bovendien helemaal geen deel van uit. Daarbij is velen niet bekend wat de studie dan wel inhoudt.

De opleiding bestaat uit drie hoofdrichtingen: taalkunde, letterkunde en taalbeheersing. Bij taalkunde wordt ingegaan op hoe de Nederlandse taal in elkaar zit en hoe taal zich ontwikkelt, wat dus veel breder is dan de traditionele grammatica die leerlingen in het voortgezet onderwijs aangeleerd krijgen. Letterkunde komt naar mijn mening wel redelijk overeen met de literatuurlessen op de middelbare school, zij het niet dat er veel dieper op de stof ingegaan wordt. Bij taalbeheersing onderzoek je wat een tekst tot een begrijpende samenhangende tekst maakt, hoe je boodschappen overtuigend overbrengt en hoe je teksten kunt optimaliseren. Ook dit heeft vrij weinig meer te maken met tekstbegrip zoals dat in het voortgezet onderwijs voor het eindexamen behandeld wordt. Wanneer de scholier niet alleen een negatieve associatie heeft met het vak, maar ook een verkeerd beeld heeft van de inhoud van de opleiding, is het losse gevolg dat hij/zij waarschijnlijk geen open dag zal bezoeken. De kans dat de scholier zich inschrijft voor de opleiding is erg klein.

Mooie studie

Verder heeft menigeen een verkeerd beeld over het beroepsperspectief. ‘Als je Nederlands studeert, word je docent’ is wijdverbreide opvatting. Nu wil ik natuurlijk niets afdoen aan het leraarschap — zelf ambieer ik een carrière in het onderwijs. Het gaat mij echter om de misvatting dat het enige beroep dat je na de opleiding kunt uitoefenen dat van leraar is. Nederlandse taal en cultuur is met drie hoofdrichtingen een erg brede opleiding en dat gaat gepaard met een breed beroepsperspectief. Natuurlijk hangt het af van de richting waarin de student zich heeft gespecialiseerd, maar beroepen als voorlichter, reclamemaker, journalist, beleidsmedewerker of redacteur liggen in het verschiet.

Persoonlijk denk ik dat het een enorm verschil zou maken als het eindexamenprogramma aangepast zou worden. Het eindexamen zou meerdere disciplines moeten bevatten dan louter tekstbegrip. Dit zou de lessen Nederlands in de vijfde en zesde klas minder eenzijdig maken, waardoor meer scholieren worden geënthousiasmeerd voor het vak. Interesse voor het vak kan ertoe leiden dat meer studenten zich gaan verdiepen in de studie door bijvoorbeeld open dagen te zoeken. Op die manier krijgen ze een goed beeld van de inhoud en het beroepsperspectief, waardoor er hopelijk meer mensen voor de mooie studie Nederlandse taal en cultuur kiezen.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.