Het begrijpen van de vorm. Interview met Jos Biemans, deel 3

door Viorica Van der Roest

Gisteren vond aan de UvA het afscheidscollege plaats van Jos Biemans, sinds 2004 bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500). Ter gelegenheid daarvan op Neerlandistiek.nl een interview met hem, in drie delen.

Gisteren verschenen deel 1 en deel 2 van dit interview.

Dus nu ga je met pensioen. Wat zijn je plannen voor de komende tijd?

Vroeger had ik een lijstje met plannen tot áán mijn pensioen, eentje met plannen voor na mijn pensioen, en ik had een lijstje van dingen die ik na mijn dood wilde gaan doen. Die laatste reeks plannen, die heb ik nu aan anderen doorgegeven, en de plannen voor na mijn pensioen ga ik met anderen samen uitvoeren, om dat lijstje toch zo veel mogelijk af te maken. Want het wordt ook tijd om wat meer in gezinsverband te gaan doen. Mijn vrouw en ik willen al jaren een keer een deel van Italië gaan bekijken waar we nog nooit geweest zijn, en dat is nu al vier jaar uitgesteld, omdat er vanwege het werk geen ruimte voor was.

Er zijn ook nog dingen die ik moet afmaken, dingen die ik heb beloofd. Projecten waar ik de laatste jaren met studenten aan heb gewerkt, en waar misschien nog een publicatie uit voort gaat komen. Verder staan er artikelen op stapel, vaak met anderen samen. Ik wil bijvoorbeeld graag met Willem Kuiper en Ed van der Vlist nog een artikel schrijven over de vroege Rijmbijbel-fragmenten die de KB vorig jaar heeft gekocht. Die zijn lang zoek zoek geweest, maar zijn nu weer opgedoken.

Ik vind ook dat de handschriftelijke overlevering van Maerlant volledig in beeld moet worden gebracht. Ik heb natuurlijk zelf de Spiegel Historiael gedaan, Hans Westgeest deed Der naturen bloeme. Matanja Hutter is nu bezig met de Rijmbijbel. Die had ik eerst zelf op mijn lijstje staan, maar voor haar is dat een prachtig project waar ze op kan promoveren. Ik wil uiteindelijk heel graag de productiecentra van al Maerlants teksten op het spoor komen. Era Gordeau onderzoekt in het kader van haar dissertatie de handschriften met de Lekenspiegel. Want ik heb het sterke vermoeden dat die codices en de handschriften met de didactische teksten van Maerlant voor een deel door dezelfde kopiisten zijn gemaakt.

Ik ben nu nog bezig met het eerste deel van een boek over de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam en haar voorlopers, waarin de periode tot 1632 aan bod komt. Dat komt in het voorjaar van 2018 uit bij uitgeverij Vantilt. Daarin komen het ontstaan, de groei en de functie van de eerste Amsterdamse stadsbibliotheek aan de orde.

Wat is nou, in al die tijd dat je dit vak beoefent, het bijzonderste handschrift dat je in handen hebt gehad?

Moeilijke vraag, het zijn er zoveel. Maar dan zeg ik toch: het handschrift met de Lancelotcompilatie. Daarvoor geldt bij uitstek: niets is wat het lijkt. Het is wat dat betreft het meest fascinerende boek om te onderzoeken. Ik wil er graag nog een boek over schrijven, en heb daar ook al een paar hoofdstukken voor af. Dat wordt een studie naar onder meer het verschijnsel van auteursexemplaren. Maar ik ga dat niet alleen doen, maar met Marjolein Hogenbirk.

Maar je hebt natuurlijk in al die tijd ontzettend veel handschriften gezien!

Ja, en dat kan ik het best laten zien aan de hand van mijn exemplaar van Deschamps. Die is overal mee naartoe geweest. Toen ze in de KB in Brussel op een gegeven moment zagen hoe hij eruit zag, hebben ze me een nieuwe gegeven. Ik heb er allerlei aantekeningen in gemaakt, en vaak kan ik daardoor nog zien wanneer ik een bepaald handschrift ergens heb bekeken. Hier bijvoorbeeld: het Comburgse handschrift, Stuttgart, 22-8-80. Het mooie van dit vak is dat je ervoor op reis moet, want die boeken komen niet naar jou toe. In dat opzicht heb ik echt gemazzeld.

Kijk, voorin staat een opdracht van Deschamps.

Uit 1977. Studeerde je toen nog?

Ja, ik ben in 1978 afgestudeerd. Mijn scriptie ging over de Spiegel Historiael van Maerlant. Daarna kreeg ik een beurs van ZWO voor een boek over bijbelhandschriften en daarvoor ben ik heel Europa doorgereisd met de trein, op weg naar bijna alle grote bibliotheken.

Kijk: Hulthem, die heb ik voor het eerst gezien in 1977. En het lijkt allemaal nog niet zo lang geleden. Ik heb foto’s van Deschamps uit die tijd, dat hij hier bij ons thuis op de bank zit. Als hij in Leiden was, kwam hij hier vaak eten. Dit zijn echt herinneringen, zeg. Nou ja, als je ziet hoe vaak ik onderweg was, weet je waarom zijn boek er zo uitziet. Je hoort mij dus niet klagen over al die jaren. Toen ik eraan begon, zeiden ze tegen me: daar is geen droog brood in te verdienen. Dat heb ik maar gewoon genegeerd, en het is me toch gelukt om die weg af te leggen.

En nu ga ik dan al met pensioen. Ik krijgt AOW!

Ga je het lesgeven aan studenten missen?

Dat heb ik zelf ooit aan Peter Gumbert gevraagd toen hij met pensioen ging, en toen zei hij: nou, dat is wel zo, maar ik heb het wel 30 jaar gedaan. En dat ervaar ik nu ook zo: mijn eerste colleges in Amsterdam dateren uit 1986, dat is 31 jaar geleden. Dus ik heb het lang genoeg gedaan; het is goed zo. Mijn promovendi kunnen in de toekomst ook meer op me rekenen, daar krijg ik meer tijd voor hoop ik. En ik heb het begeleiden van scripties altijd met veel plezier gedaan. Ik heb nog zes studenten die ik het komende jaar begeleid bij het schrijven van hun scriptie.

Voor mij is het een groot voorrecht en plezier dat ik steeds weer herbenoemd ben als bijzonder hoogleraar. Nu neem ik afscheid van die functie, maar zoals je hoort heb ik nog genoeg plannen. Zoals ik eerder al zei: mijn oratie in 2005 had als titel Het begrijpen van de vorm. Dat blijft het centrale thema in mijn onderzoek.

 

Afbeelding 1: Jos Biemans met studenten in Museum Meermanno-Westreenianum te Den Haag met het Rijmbijbel-handschrift dat door de Utrechtse boekschilder Michiel van der Borch in 1332 van illustraties is voorzien

Afbeelding 2: het bereisde exemplaar van Deschamps’ Middelnederlandse Handschriften uit Europese en Amerikaanse bibliotheken (1972)

 

In het voorjaar van 2018 komt Boeken voor de geleerde burgerij. De stadsbibliotheek van Amsterdam tot 1632 uit bij uitgeverij Vantilt. Vooraf te bestellen via www.vantilt.nl of stuur een e-mail met uw NAW-gegevens naar promotie@vantilt.nl

 

 

Dit bericht is geplaatst in codicologie, letterkunde met de tags , . Bookmark de permalink.