Gedicht: H.W.J.M. Keuls – Rondeel

Rondeel

Ik ben verwonderd en alleen,
Van onverschillig licht omgeven,
Dat dier en engel heeft verdreven
En spat tegen mijn hart uiteen.

Wat ik in nachten nog beween,
Heeft in den morgen mij begeven;
Ik ben verwonderd en alleen,
Van onverschillig licht omgeven.

Vervoering en verdriet zijn heen,
In koude klaarheid opgeheven;
ik proef mijn eigen lege leven,
Wentel mijzelf gelijk een steen,
Ik ben verwonderd en alleen.

H.W.J.M. Keuls (1883-1986)