Ambassadeur van het vak. Interview met Jos Biemans, deel 2

door Viorica Van der Roest

Vandaag vindt aan de UvA het afscheidscollege plaats van Jos Biemans, sinds 2004 bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500). Ter gelegenheid daarvan op Neerlandistiek.nl een interview met hem, in drie delen.

Vanochtend verscheen deel 1 van het interview.

We hadden het al even over het belang van de combinatie tussen Neerlandistiek en handschriftenkunde. Heb je het idee dat meer Neerlandici dat inmiddels begrijpen?

Nee, niet echt. De Neerlandistiek heeft het natuurlijk ook moeilijk nu, en dat is heel jammer. Het is voor de beoefening van de middeleeuwse letterkunde een lastige tijd, nog lastiger dan voor de moderne letterkunde. Ik vind dat universiteiten weer de expertisecentra moeten worden die ze ooit waren. Al die mensen die opgeleid worden en vervolgens niets meer doen met hun vak, worden naar de universiteit gelokt omdat de bestuurders de inkomsten nodig hebben. En dan hebben ze ook nog de studieduur verkort. Voorafgaand aan de eenjarige master ben ik daarom een intensieve instapcursus van een week gaan geven om in één keer de basiskennis aan te brengen, zodat we daarna meteen met het echte werk konden beginnen. Waar de universiteiten zeggen de kwaliteit in het vaandel te hebben, gaat het ze eigenlijk om de kwantiteit. Als je in een dergelijke context wetenschap moet beoefenen, ben je als cultuurhistoricus kwetsbaar. Maar daar komen we uit.

In die zin is het een goede prikkel, dat we beseffen dat we nieuwe initiatieven moeten ontplooien. Dat is één van de redenen dat ik graag lezingen geef, juist ook voor een niet geleerd publiek. Ik heb vaak colleges gegeven aan middelbare scholieren, van vooral gymnasia in Amsterdam, en die gelegenheid heb ik omarmd. Je gaat anders met zo’n publiek om dan met een academisch publiek, maar je kan ze zeker raken. Heel veel verschillende groepen hebben echt wel belangstelling voor ons vak. Frits van Oostrom maakt natuurlijk ook nog steeds reclame voor de cultuurhistorie, en hij is niet de enige.

Het is belangrijk om je vak uit te venten, om de ambassadeur van je vak te zijn en te laten zien waarom het wél bestaansrecht heeft.

Moet de conclusie dan zijn dat het er voor de Neerlandistiek niet meer zo glansrijk uitziet als dertig, veertig jaar geleden?

In een aantal opzichten wel, maar in andere opzichten zie ik ook heel gunstige en positieve ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het gebruik van computers in het wetenschappelijk onderzoek, en het feit dat er zoveel teksten gedigitaliseerd zijn. De cd-rom Middelnederlands is één van de beste dingen die de Neerlandistiek zijn overkomen. En er komen ook steeds meer digitale foto’s van handschriften, wat ontzettend helpt bij het onderzoek.

Wat ook een prachtige uitvinding is: de MOOC die voor Frank Willaert gemaakt is. Frits van Oostrom, Karina van Dalen en ik hebben samen het onderdeeltje gemaakt over Maerlant: een cultuurhistoricus, taalkundige en boekhistoricus die het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken belichten. Je kunt natuurlijk niet in een half uurtje alles vertellen wat er is, maar je kunt op die manier wel iets laten zien van wat we weten in de Medioneerlandistiek.

Wat vind je van de scheiding die er binnen het vak de laatste decennia is ontstaan tussen taalkunde en letterkunde?

Nou, dat vind ik heel jammer. Neerlandici van mijn generatie hebben het geluk gehad dat we zeer degelijk zijn opgeleid in de historische taalkunde. We hadden in Utrecht les van Jules van Oostrom, een zeer geleerde en aimabele man, van Leen Koelmans, van Cees van de Ketterij. Berend van den Berg liep daar ook nog rond toen ik studeerde. Gotisch leerden we  van Van der Rhee. Ik vind dat je je op glad ijs begeeft wanneer je met Middelnederlandse letterkunde bezig bent, terwijl je niet al te veel weet van de Middelnederlandse taalkunde, syntaxis, al dat soort zaken. Zelf vind ik het nog altijd belangrijk om iets even aan een deskundige voor te leggen als ik het niet zeker weet. Er zijn altijd zaken die buiten je eigen kennisveld liggen.

 

Morgenochtend om 10.00 uur deel 3 van dit interview.

Afbeelding: Jos Biemans met een hele tafel vol handschriften: vergelijken is nodig om verschillen en overeenkomsten te zien

Dit bericht is geplaatst in codicologie, letterkunde met de tags , . Bookmark de permalink.