Grapperhaus is er klaar voor

Door Guusje Jol

De nieuwe co-minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus mag dan relatief nieuw zijn op de voorgrond van politiek Den Haag, hij toont zich nu al een meester in gesprekstechniek in interviews. Zo blijkt uit een filmpje van 1 minuut en 48 seconden. Een link naar het filmpje vindt u hier.

Een reactie, geen antwoord

Na Grapperhaus’ overleg met Rutte afgelopen week stond er een legertje journalisten klaar. De eerste vraag was: ‘Goedemiddag. Hoe ging uw gesprek met eh formateur Rutte?’. Dat klinkt heel gemoedelijk. Grapperhaus laat zich dan ook verleiden tot een antwoord en staat stil bij de microfoons. Niet reageren op zo’n vriendelijke vraag staat ook niet goed. Hij antwoordt: ‘Was een heel plezierig gesprek. Goed gesprek.’

Nu hij eenmaal bij de microfoons staat, opent dat de mogelijkheid voor andersoortige, minder gemoedelijke vragen zoals de vraag in regel 5-6, gemarkeerd met pijltjes. (De vierkante haken in regels 6-7 geven gelijktijdige spraak aan.)

(J= journalist, G=Grapperhaus)

1 J: Goedemiddag. Hoe ging uw gesprek met eh formateur Rutte?
2 G: Was een heel plezierig gesprek. Goed gesprek.
3 J: (onverstaanbaar)
4 G: Ja.
5 J: → Heeft u het nog over uw eerdere uitspraken gehad?
[Bijvoorbeeld dat de heer Pechtold een windvaan is en…
7 G: [Nou we hebben het-

Welkom op het Binnenhof. Maar alsof hij nooit iets anders gedaan heeft omzeilt hij in regels 8-17 de vraag van de journalist:

8 G: We hebben het in eerste instantie gehad over de veiligheid
9 en justitie (paragraaf) in dit kabinet, eh die
10 spreekt mij zeer aan. Eh d’r komt veel op ons af en d’r
11 gaat ook veel nieuwe regelgeving komen op ’t gebied van
12 cybersecurity, op ‘t gebied van het aanpakken van de
13 georganiseerde misdaad. Wat natuurlijk echt steeds meer
14 een punt is waar wij heel veel aandacht aan moeten geven.
15 Maar ook mensenhandel en terrorismebestrijding.
16 J: [(Maar mag-)
17 G: [Iets waar ik een vrij ferm standpunt in hebt.

In regel 8 begint hij met ‘in eerste instantie’. Dit suggereert dat hij misschien niet meteen in zal gaan op zijn eerdere blogs en tweets, maar het werpt ook een schaduw vooruit dat er nog een ‘in tweede instantie’ aankomt, waarin hij wellicht wél op de vraag in zal gaan. Bovendien gebruikt hij ‘het hebben over’ net zoals in de vraag, waardoor de reactie in elk geval qua vorm de indruk wekt dat Grapperhaus iets doet met de vraag.

Uiteraard komt de door de journalist beoogde ‘tweede instantie’ niet. In plaats daarvan vestigt de nieuwe minister de nadruk op de onderwerpen die speciale aandacht gaan krijgen in het verse kabinet. Hij geeft zo wel een reactie en vult zo de beurt die hij toebedeeld kreeg door de journalist. Hij wekt zo de indruk coöperatief te zijn, maar een antwoord op de vraag blijft uit.

Neem afstand

Ondanks het onbevredigende karakter van de reactie lijkt de kous af. Als Grapperhaus zijn beleidsspeerpunten gerapporteerd heeft, volgt een volgende vraag (regel 18-19) van dezelfde journalist (op basis van de microfoon-bewegingen).

18 J: → Waarom is het nodig dat dat ministerie nu Justitie en
19 → Veiligheid gaat heten in plaats van Veiligheid en Justitie?
20 G: Ik denk dat het goed is dat we aan de mensen benadrukken dat
21 dat we een rechtsstaat hebben; dat is Justitie. Maar dat
22 die rechtsstaat wel de mensen ook waarborgen moet geven; en
23 dat is de veiligheid. En die volgorde begrijp ik heel goed
24 als jurist.

De vraag in regel 18-19 is ook een kritische vraag. En wederom is Grapperhaus’ reactie (regel 20-24) glibberig als een stukje zeep onder de douche. Hij legt de termen Justitie en Veiligheid uit, alsof hij daar iets nieuws mee zegt. Zo voldoet hij aan de verwachting dat hij iets gaat zeggen die gecreëerd werd door de vraag in regel 18-19.

In regel 23-24 volgt eindelijk iets dat op een antwoord lijkt. De vraag ging immers niet over de termen an sich, maar over de verandering van volgorde. Met ‘En die volgorde begrijp ik heel goed als jurist’ doet hij tenminste drie dingen tegelijk. Ten eerste suggereert hij dat het rechtsstatelijke element voorop dient te staan. Maar hij zegt niet dat de laatste jaren de nadruk teveel op veiligheid heeft gelegen en te weinig op de rechtswaarborgen. Of dat het streven van het nieuwe kabinet is de rechtswaarborgen een duidelijker plaats te geven in het beleid. Hij brandt zich dus niet aan inhoudelijke oordelen of beleidsuitspraken.

Ten tweede roept hij zijn identiteit als jurist in waarmee hij verdedigt dat het in elk geval uit dat juridische perspectief een logische volgorde is.

En ten derde: hij zegt alleen dat hij het begrijpt. Niet dat hij heeft aangedrongen op deze keuze, of dat het zijn idee, of zelfs voorwaarde was om in het nieuwe kabinet te stappen. Hij presenteert het zo op subtiele wijze alsof dit is wat anderen (de onderhandelaars bij het regeerakkoord wellicht?) besloten hebben en dat hij zich er wel in kan vinden – nu de zaken er eenmaal zo voorstaan. Maar hij presenteert het dus niet als zijn beslissing. Zo creëert hij afstand van de beslissing én van de verantwoordelijkheid daarvoor, in elk geval in het kader van dit vraaggesprek.

Doe een vage belofte

De journalist laat zich niet zo gemakkelijk afschepen en ontlokt Grapperhaus een belofte tot een belofte:

25 J: Maar ook als dat miljoenen gaat kosten? Een naamswijziging?
26 G: Nou eh ik zal beloven dat ik erop ga letten dat die
27 naamswijziging met zo min mogelijk sores en kosten gepaard
28 gaat.

Tsjonge, daar heeft de schatkist wat aan. Hij zal beloven (niet: belooft), dat hij erop gaat letten (niet: ervoor gaat zorgen), dat het met zo min mogelijk sores en kosten gepaard gaat (geen: maximum bedragen, of de verzekering dat de berekeningen die circuleren overdreven zijn). Niets waar iemand hem aan kan houden. Behalve dan of hij heeft opgelet, áls zich gaat houden aan de belofte een belofte te doen, natuurlijk.

Oh ja: hij geeft weer geen antwoord op de vraag. Die vraag was of de voordelen van de naamswijziging opwegen tegen de kosten. Grapperhaus doet alleen een vage belofte over de kosten. En daar komt hij (deze keer) mee weg.

Weer geen antwoord

Ik schreef over de onbeantwoorde vraag over Grapperhaus’ eerdere uitspraken al daarmee ‘lijkt de kous af’. Bij nader inzien was de journalist toch niet vergeten was dat hij geen antwoord kreeg op zijn vraag over Grapperhaus’ uitspraken:

29 J: [En over uw eerdere tweets,
30 waarin u dan [Pechtold een windvaan noemt
31 [((blik naar beneden en onderdrukt lach))
32 noemt en Rutte verwijt dat ie Dikkie Dik prietpraat uitlaat,
33 [en de heer Wilders een ontoerekeningsvatbaar iemand noemt…]
34 G: [((kijkt langzaam weer serieus))]
35 J: Staat u daar nog altijd achter?

De journalist komt terug op zijn eerdere vraag en dringt zo aan op een antwoord. Hij laat ook dat hij zich door de omtrekkende bewegingen van Grapperhaus niet in de luren heeft laten leggen. En inmiddels niet meer zo verrassend: Grapperhaus geeft wéér geen antwoord:

36 G: Weet u, ik heb die publicaties geschreven. Ik heb drie jaar
37 lang een column gehad in het FD. Ik heb dat ook allemaal
38 toegankelijk gehouden. U mag allemaal lezen wat ik als privé
39 persoon daarvan vond.
40 Ik ga nu aan bewindspersoon aan de slag. Dat is een andere
41 rol en u mag mij als bewindspersoon altijd op mijn
42 verantwoordelijkheden afrekenen en aanspreken.

Hij zeg dus niet of hij nog steeds achter zijn eerdere uitspraken staat of dat hij van mening is veranderd, zoals werd gevraagd.

Scheiding der rollen

In de reactie die Grapperhaus vanaf regel 36 geeft, benadrukt hij ook het contrast tussen zijn mening als privé persoon (regel 38-39), en zijn nieuwe rol als minister (regel 40-42). Met dat laatste zegt hij in feite dat hij zich alleen als minister aan laat spreken op dingen die hij als minister gedaan heeft. En dat hij géén verantwoording aflegt of gaat leggen over dingen die hij in een andere rol gedaan en gezegd heeft. Hij erkent dus impliciet dat hij geen antwoord geeft op de vraag en geeft daar een soort verantwoording voor.

Die verantwoording suggereert dat toen niet relevant is voor nu, en dat zijn privé mening niet relevant is voor zijn functioneren en verantwoordelijkheden als minister. En daarmee betwist hij de vooronderstelling achter de vraag van de journalist, namelijk dat zijn openbare uitspraken over politieke figuren wél relevant kunnen zijn voor zijn toekomstige politieke functioneren.

Wie gelijk heeft, wil ik in het midden laten, maar het zal de journalist een wat uitgebreidere beurt kosten om dit te ontkrachten. En dat brengt me op het laatste punt.

Eindigen op eigen voorwaarden

Grapperhaus beëindigt plotseling het gesprek. Zonder na regel 42 de journalisten de kans te geven iets te vragen, op te merken dat hij wéér geen antwoord geeft of zijn rollen-redenering te ontkrachten, volgt regel 43:

43 G: Dankuwel. ((Draait zich om en loopt weg))

Dit is interessant. In veel gesprekken beslist degene die het gesprek begint of alle vragen voldoende zijn beantwoord en of het tijd is om iemand te bedanken. De initiator is immers de persoon die iets wilde, die een agenda had en die dus kan bepalen of het genoeg is. Als je dat patroon zou volgen, zou de journalist het gesprek moeten beëindigen. Maar hier beslist Grapperhaus dat het genoeg is.

Ook dat is een handige zet (vanuit Grapperhaus’ perspectief) want hij heeft net wederom een vraag ontweken. Bovendien, als je niet oppast sta je de hele dag tegen journalisten te praten.

Kortom, Grapperhaus is er klaar voor!