Geld weggooien om de wetenschap te kunnen sturen

Door Marc van Oostendorp

Het komt niet vaak voor dat NWO publiekelijk onderzoek afkeurt dat gedaan is met NWO-geld, maar vorige week gebeurde dat. Krist Vaessen bedankt in het artikel dat ze samen met Joel Katzav schreef NWO voor de steun. En vorige week publiceerde datzelfde NWO op zijn website een reactie waarin ze zeggen dat dit onderzoek niet klopt.

Het artikel van Vaessen en Katzav had dan ook nogal wat ophef gebaard. Ze betogen dat het huidige systeem van georganiseerde competitie tussen onderzoekers om onderzoeksgelden niet goed werkt. Wanneer je in plaats van het hele systeem, waarin hoog- en zeergeleerden voor een goed salaris maanden besteden aan het schrijven van plannen, en aan het lezen van die plannen en aan het vergaderen over die plannen, het geld zou verdelen over die onderzoekers, zouden de ‘besten’ – degenen die nu de competitie winnen – niet veel minder geld krijgen, maar de anderen wel.

De voorzitter van NWO, Stan Gielen, komt in zijn reactie met een technisch verhaal. Hij beweert bijvoorbeeld  dat er meer onderzoekers meedoen aan de competitie dan de onderzoekers hadden geschat, omdat alle onderzoekers aan de academische ziekenhuizen niet worden meegeteld. Daarom zouden onderzoekers juist wel minder krijgen als het geld over hen werd uitgespreid.Hij gaat daarbij geheel voorbij aan het feit dat Vaessen en Katzav een minimum hadden berekend. De tijd die verspild wordt aan plannen schrijven, lezen en bevergaderen, rekenen ze niet mee. Die is natuurlijk ook onbekend, maar zeker niet nul. Zoals Gielen er ook aan voorbij gaat dat uitgerekend voor de door hem genoemde categorie medische onderzoekers nog wel wat meer financieringsmogelijkheden zijn – niet alleen vanuit de industrie, maar ook van de overheid, zoals het ministerie van Volksgezondheid (bijvoorbeeld via ZonMw, niet meegeteld in deze berekeningen). Er is vast iets af te dingen aan de oorspronkelijke schatting, maar het is niet zo duidelijk dat dit per se positief uitpakt voor Gielens stelling.

Excellentie

Aan het eind van Gielens reactie komt mogelijk de aap uit de mouw, als hij als bezwaren tegen het door Vaessen en Katzav voorgestelde systeem noemt: “gebrek aan accountability, gebrek aan sturing op wetenschap, afwezigheid prikkels tot excellentie.”

Het eerste argument – gebrek aan accountability – lijkt me niet zo sterk: wanneer er geen competitie is, betekent dat natuurlijk niet dat onderzoekers geen verantwoording meer hoeven af te leggen over de manier waarop ze gemeenschapsgelden besteden. Ze hebben nog steeds bazen, en universiteitsbesturen, ministeries en Kamerleden.

Ook het laatste argument – afwezigheid van prikkels tot excellentie –  lijkt me niet houdbaar. Hoezo zou het krijgen van subsidiegelden een prikkel zijn voor excellentie? Wanneer je die gelden niet krijgt, houd je nog altijd je baan. De mensen die nu meedoen aan de rondes, willen graag een groep jonge onderzoekers om zich heen, zij streven dus in die zin al naar excellentie. Degenen die de kantjes ervan af willen lopen, dienen gewoon niks in bij NWO. (Je kunt eventueel zeggen dat de druk op de universitaire werkvloer om wel subsidies binnen te halen een prikkel is tot excellentie, maar dat is wel erg afgeleid. Die druk kan ook best op andere manieren worden afgeleid. Dit alles nog even afgezien van de vraag of dat begrip ‘excellentie’ inmiddels zijn beste tijd niet gehad heeft.)

Kritisch

Blijft dus Gielens tweede argument over: sturing op wetenschap. Hier is duidelijk dat de subsidies wel een rol spelen: wanneer je wilt dat er meer onderzoek naar de middeleeuwen wordt gedaan, geef je meer geld aan onderzoeksvoorstellen van mediëvisten. Maar hier is de vraag wie er wat aan heeft als de wetenschap ‘gestuurd’ wordt. Let wel: het betekent ‘gestuurd’ van buiten de wetenschap (want door de wetenschappers rechtstreeks geld te geven, kunnen ze zichzelf sturen). De resultaten van alle pogingen tot sturingen hebben we de afgelopen jaren gezien. Ze hebben geleid tot allerlei gigantische, geldverspillende operaties vol vergaderingen en voorlichtingsrondes en dikke rapporten over topsectoren en de Nationale Wetenschapsagenda. Als we al dat geld over de wetenschap hadden verdeeld, waren we allen spekkoper.

Het is heel vervelend, maar wetenschap valt niet te sturen. Het is een sprong in het onbekende. Wanneer je dat houdt, kun je beter geen geld geven aan de wetenschap dan te proberen een en ander te sturen. Als sturing het belangrijkste argument is voor het huidige systeem, moeten we daar toch nog eens kritisch naar kijken.