Gedicht: Maurice Dumas – Je ouwe tante

‘Je ouwe tante’ is een lied van Maurice Dumas uit ca. 1912. Muziek Jacq Bruske. Gezongen versie hier.

Je ouwe tante

Mijn lieve nicht, ik zou wel kunnen grienen
Van vreugde, want ik hoor het gaat je goed
Ze zeggen dat je niet meer hoeft te dienen…
Je leeft nou zellef op je grote voet
In plaats van Jaantje heet je nou Jeannette
Ik snap het niet, hoe kom ie daar zo an?
Daar zou ‘k nou ook m’n zin op kunnen zetten
Je ouwe tante houdt er ook wel van.

Je handen zijn niet ruw meer van het werken
Ze binne nou zoo zacht als zij fleweel
Je had altijd van die rooie harde vlerken
Maar door het niksdoen zijn ze zacht en heel
Ze zeggen je houdt nu zelf een massa booien,
Woont in een prachtig huis, nou kijk ’s an…
As jij me nou is bij je thuis wou nooien
Je ouwe tante houdt er ook wel van

Ik hoor je zit gezaaid met diamanten
Onder de dames val jij ’t meeste op
Je draagt de duurste kleren, zij en kanten
De mooiste pleures* boven op je kop
Je hebt een kamer vol met dooieletten
Drie maal per dag trek ie wat anders an
As jij voor mijn nou wat opzij kan zetten
Je ouwe tante houdt er ook wel van

Met eigen auto of met ekepazie
Rij je alle dagen deftig door de stad
Dan leun je in de kussens achterover
Alsof ie zeggen wil: wie doet me wat?
Je drinkt sepanje en rookt zuigeretjes
Op bals en opera’s ben je stees vooran
Ze zeggen wat je uitvoert is niet netjes
Maar je ouwe tante houdt er ook wel van

Ze zien je teilekens met and’re heren
En ’s avonds ga je nooit alleen naar bed
Ze zeggen dat je je laat marioneren
Dat hebben ze van jou zo opgelet
Kan jij van al die vreemde heren houen?
Ik hield, toen ‘k meisie was, van ene man
Maar as je ‘r nou somwijlen één kan missen
Je ouwe tante houdt er ook wel van

Maurice Dumas (1878-1937)
*pleures (pleureuses) – veren op hoed