Gedicht: Karel van den Oever – Kunegonde van Heesewick

De sage van Ridder Robert van Heeswijk verhaalt hoe deze de berooide graaf Gallo wil vermoorden, omdat Roberts dochter Kunegonde verliefd op hem was en er met hem vandoor wilde gaan. Maar de hemel strafte Robert voor zijn harteloosheid en hij werd met paard en al verzwolgen door de grond.

Kunegonde van Heesewick

Als d’ herfst in Brabant hei en bosch verblauwt
en ’t triestig over heel de wereld is,
de sloot verroest, de smuik waast in het lis,
de zon neerslachtig door de pepels grauwt,

dan schimt er een kasteel daár, doodsbenauwd…
Een gloed smeult laat in elke vensternis,
een spuwer druipt zwart water in ’t vernis
der gracht; mosgroene leeuw de poort beklauwt.

Men huivert, grafstil is ’t; een knorr’ge weerhaan schraaft
en rosse muggen weemlen doelloos op de gracht;
geen oude slotheer sloft langs gaanderij en zaal…

Tot daar opeens aan ’t torenraam weemoedig lacht
het bleek gelaat van Kunegonde, schoon-begaafd,
die met haar sluier wuift tot Gallo, haar gemaal.

Karel van den Oever (1879-1926)
uit: Verzen uit oorlogstijd (1919)