Gedicht: Hein Boeken – Herfst

Herfst

En in de lucht des vochten uchtends hangen
De laatste dunne blaad’ren van het jaar,
Als in het zwarte takkennet gevangen,
Met fijnen glans van kleuren naast elkaar.

Zoo louterde de pracht zich van den langen
En luiden lichttijd en de breede schaar
Van groengedoschte boomen, tot die bange
En teere lichtkleur van het late jaar.

Die blaadren schenen mij een vreemd gezicht
Van schoone zielen uit veel enge pijn
En godgelijk genot alhaast gevlucht.

Hun laatste middag komt met zomerschijn
Van gouden stralen uit de hooge lucht
En drupplen tintlend in het laatste licht.

Hein Boeken 1861-1933