Gedicht: F. Splinter – Het haaienei

• F. Splinter publiceerde rond 1950 enige gedichten in het tijdschrift Libertinage, waarvan ‘Het haaienei’ in een enkele bloemlezing terechtkwam.

Het haaienei

Een plastic buideltje, aan elke hoek
een stekel, ligt te glimmen, stil, verward
in wat losbandig wier. Een donker hart
moest hierin groeien – tot een snelle vloek.

Mijn vinger deukt het knakkend hulsel van
een dood, die, levend, veler dood zou zijn.
Maar grote gesels blijken dikwijls klein -,
opdat hun eigen storm zich wreken kan.

En wat dan nog? – Dit nodeloze ei,
– bastaard van ridders uit een sterk getij,
de spruit van een bekrompen Noordzee-haai, –
Ik ben het zelf; het leven liefkoost mij,
verward in groene slingers, uiterst fraai
maar uitgespoeld, – en ook míjn schaal is taai.

F. Splinter (?-?)