Gedicht: Alain Delmotte – Petit portrait à propos d’une poire

Uit de nieuwe bundel van Alain Delmotte.

Petit portrait à propos d’une poire
Warhoofd schetst zijn zelfportret

1

Hij is bedreven in het nooit au sérieux worden genomen. Dat er met
hem geen rekening wordt gehouden, hij smeekt erom, het is zijn
zegen.

Van opzij worden geschoven maakt hij een zaak. Plichtsgetrouw
behoort zich laten bedotten tot zijn dagelijkse taken.

Koste wat kost kickt hij op zich uitgerangeerd voelen.

Kunstzinnig en deskundig in gekkenwerk trekt hij weloverwogen
meestal aan het kortste eind.

Dat hij vandaag alweer geen gehoor kon vinden, maakt zijn dag
goed. Maakt zijn dag af.

2

Stoten onder de gordel: voor geen geld in de wereld zou hij die
willen missen.

Blunders, flaters, zijn mond voorbijpraten, ondoordachte uitlatingen:
allemaal maakt het, slim bedacht, deel uit van zijn tactisch arsenaal.

Voor de voeten worden gelopen, is hem een niet te verwoorden
zaligheid: hij tekent ervoor.

Noodlot houdt hem bezig. De worp, de gril, de meewarige lol trekt
hem daarin aan.

Langs de weg die hij gaat, trapt hij in elke drol. Hij vermoedt dat het
de zijne zijn.

Dankbaar is hij voor elke tegenslag en voor wie hem gretig kan
manipuleren.

3

Hij is schatrijk aan sores.

Boegeroep zijn richting uit? Hij geeft het toe – een genoegen.

Hij troost zich vaak met de gedachte aan een tegen hem gericht
complot.

4

Waardigheid liet hij links liggen. Het was hem te zwaar, het was hem
te veel en al te menselijk.

Waardigheid. Het wordt niet meer geapprecieerd, het wordt niet meer
getolereerd. Het is niet langer meer van deze wereld.

Hij schaamt zich enkel over hoe hij daar nu staat met afgezakte
broek.

5

Bij het stappen valt hij over zijn eigen benen. Altijd stoot hij zijn
hoofd wel ergens tegen.

Hij schaterlacht als er eigenlijk moet worden getreurd.

De kous op zijn kop krijgen en kop van jut zijn? Hij had het zelf niet
beter kunnen bedenken.

Alain Delmotte (1957)
uit: Warhoofds gekkenwerk (2017)