Yes! in het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Nederlanders zeggen graag ja. Niet alleen om iets te bevestigen (”Heb jij dat gedaan?’ ‘Ja’) of te aanvaarden (‘Je bent een idioot’, ‘Ja’), maar ook om het gesprek eindeloos op gang te houden. Een paar jaar geleden tekende ik voor Onze Taal een gesprek op uit het programma Boer zoekt vrouw, waarin drie mensen bijna alleen maar ja zeggen tegen elkaar en daarbij een panorama aan emoties.

In dat gesprek worden allerlei emoties onder woorden gebracht. En toch, is het woord ja alleen ons kennelijk niet genoeg. Gelukkig hebben we ook nog Yes!

Let wel, ik geloof dat Yes! alleen in bepaalde contexten gebruikt wordt in het Nederlands: veel minder bijvoorbeeld voor een simpele bevestiging.

Heb jij dat gedaan.
Yes.

Zo’n dialoogje klinkt vrijwel automatisch alsof de aangesprokene trots is op wat hij gedaan heeft, niet alsof hij dat schuldbewust toegeeft. Omgekeerd kun je je de tweet van De Arbeiderspers nauwelijks voorstellen met een Ja! in plaats van Yes! Het zou iets anders betekenen, minder modern en grootstedelijk natuurlijk (hoewel ik ook genoeg vijftigers ken die Yes! roepen in zo’n geval), maar vooral ook: minder als een overwinning.

Want dat is wat Yes! geloof ik in het moderne Nederlands betekent: er is iets gebeurd waar ik blij of trots op ben. Voor de gewone dagelijkse conversatie hebben we ja en karnemelk, voor bijzondere, feestelijke gelegenheden yes en rode wijn. Het is waarschijnlijk geen toeval dat de ‘Engelse’ vorm dan precies gebruikt wordt bij heftige emoties: in zo’n geval een vreemde taal gebruiken is in ieder geval in eerste instantie een vorm van afstand creëren, het is iets minder echt als je het niet in je moedertaal zegt. (Zoals je, elders op de ladder van emoties, ook liever shit en fuck zegt.)

De Limburgse taaljournalist Gaston Dorren vertelde me overigens dat hij in het Limburgs ook zoiets voelt: als je neutraal wilt bevestigen zeg je jao, voor enthousiasme gebruik je ja. Of yes, natuurlijk.