Wij eten ook heel weinig vlees

Door Guusje Jol

Sinds kort weet ik het zeker: veel mensen vinden mij irritant. Omdat ik vegetarisch eet. (Ik zeg dat liever dan dat ik vegetariër ben. Dat suggereert dat dat mijn eetvoorkeur de enige identificerende factor is. Ik maak mezelf graag wijs dat dat niet zo is.)

Hoe kwam ik tot dit nuttige inzicht? Het stond laatst zo in het NRC: ‘Het verklaart wel waarom veel mensen vegetariërs zo irritant vinden.’ Het stuk ging over een boek van Naomi Ellemers over moraliteit. Kern van het artikel was dat mensen het liefst mensen met dezelfde morele standaarden om zich heen hebben. Mensen met een andere of hogere morele standaard tasten ons zelfbeeld aan. En dus worden vegetariërs irritant bevonden door niet-vegetariërs.

Fijn.

Verantwoorden

Als ik heel eerlijk ben, verbaast dat me niet. Vraag het maar aan vegetariërs in uw omgeving. Zodra ter sprake komt dat je vegetarisch eet, beginnen vleesetende gesprekspartners zich te verantwoorden. Een paar veelgehoorde reacties:

  • ‘Oh, maar ik eet ook heel weinig vlees.’
  • ‘We eten nu alleen biologisch vlees.’
  • ‘Dat zou ik niet kunnen.’
  • ‘We hebben het een tijdje geprobeerd, maar we hielden het toch niet vol.’

Met de formuleringen ‘heel weinig vlees’ en ‘alleen biologisch vlees’ benadrukken gesprekspartners dat ze zich bewust zijn van gevolgen van veel vleesconsumptie en dat ze daar rekening mee houden. Ze dragen ook heus wel een steentje bij! (Alsof ik daaraan twijfelde.)

Met de reacties ‘Dat zou ik niet kunnen’ en ‘we hielden het niet vol’ laten mensen juist zien dat ze het wel zouden wíllen, maar dat het vlees zwak is (geen woordgrap). Daarmee behandelen ze vegetarisch eten als iets dat ze in principe een goede zaak vinden.

Voor mij is die verantwoording niet nodig. Vega-evangelisatiedrang zou mijn huwelijk met een overtuigd vleesliefhebber nogal moeizaam maken.

Maar ik snap het ook wel weer. De bewuste keuze geen vlees te eten impliceert een mening over vlees eten. En het lijkt mij inderdaad een goed idee voor deze aardbol als de mensheid iets minder vlees zou eten. En áls je dan vlees eet, vind ik het persoonlijk wel een idee om boeren die hun best doen om dieren een beter leven te geven te ondersteunen door kiloknallers te vermijden. Want meer ruimte en aandacht kost nou eenmaal meer investering en een boer moet ook ergens van leven.

Op dit soort mogelijke redenen voor vegetariërschap anticiperen mensen met hun verantwoording. Ook al heeft de vegetariër daarom nooit gevraagd. Daarmee zeggen vleeseters natuurlijk niet per se dat ze vegetariërs irritant vinden. Wel presenteren ze een verantwoording als iets dat op z’n plek is tegenover deze persoon die géén vlees eet.

Hoopvol

Een andere variant is de volgende:

  • ‘Is dat om uit principe of omdat je het niet lekker vindt?’

Dit is een hoopvolle vraag. De vraag opent de mogelijkheid dat er niets principieels aan de keuze is. De vegetariër houdt domweg niet van vlees, zoals een ander niet van spruitjes of koriander houdt. En dan is het allemaal natuurlijk zo nobel niet. En dat is dan weer een geruststelling voor de vleeseters.

Soms leveren morele verwachtingen rondom vegetarisch-etenden grappige uitspraken op. Ik zat een keer in een eetcafé met collega’s en ober stond verward rond te kijken voor wie de bak kokendhete vega-lasagne bestemd was. Dus ik stak mijn hand op. ‘Bent u vegetariër? Maar u ziet er zo gezond uit!’

Moraliteit in dagelijkse gesprekken

Kortom, morele kwesties worden tot leven gebracht in gesprekken, door wat mensen zeggen en hoe ze dat doen. Daarmee is zoiets als moraliteit niet alleen iets van ethici of zware gesprekken; moraliteit laat zich zien in hoe we praten in het alledaagse gesprekken.

Overigens sprak ik een keer een veganist. In dat gesprek zei ik: ‘Ja, ik zou het wel willen, maar ik hou teveel van eieren en romige toetjes enzo.’

Tsja, vegetarisch-etenden zijn ook maar mensen.

Naomi Ellemers (2017) Morality and the Regulation of Social Behavior, Groups as Moral Anchors’, London: Taylor & Francis