Ilja Pfeijffer als de Leonardo da Vinci van de Nederlandse politiek

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (34)

Door Marc van Oostendorp

Er wordt in het werk van Ilja Leonard Pfeijffer vrij veel geglimlacht. Je zou auteurs met elkaar moeten vergelijken in een big data-analyse om het uit te rekenen– en ik heb de indruk dat het geglimlach in de moderne vaderlandse verhalende letteren sowieso niet van de lucht is –, maar ik vermoed dat Pfeijffer een ereplaats zou krijgen in de galerij der risische kunsten.

Het hoogtepunt betreft een vrij onbekend werk, het feuilleton Minister Kwist dat Pfeijffer zo’n vijf jaar geleden in HP De Tijd publiceerde, en waarin een zekere Ernest Kwist minister was (van het ‘kleinste en minst belangrijke departement’) in het eerste kabinet Rutte (dat met gedoogsteun van Wilders, weten jullie nog). Iedere week vond Pfeijffer daarin een manier waarop deze Kwist eigenlijk verantwoordelijk was voor de talloze problemen in deze coalitie van die week.

En daarbij werd dus heel wat afgeglimlavht. Hier is mijn verzameling:

‘Over televisie gesproken. Daar weet ik nu alles van.’ De premier glimlachte. ‘Van de televisie win je het nooit.’

‘Tegelijkertijd is diezelfde uitkomst onacceptabel voor de achterban van mijn partij en voor die twee aandachtzoekers van dissidenten.’ Wilders moest glimlachen om het woord aandachtzoekers. ‘Zij eisen dat die jongen mag blijven. Dus…’

Wilders keek hem verbijsterd aan. ‘En hoe wou je dat voor elkaar krijgen, Ernest Kwist?’ Kwist glimlachte. ‘Wonderen zijn de specialiteit van het cda,’ zei hij.

En wat als ik de aanval kies?’
‘Wat bedoel je, Ernest?’
Kwist glimlachte.‘Beleg een persconferentie,’ zei hij. ‘Ik heb een verklaring af te leggen.’

‘Achterbakse slang. Dit win je nooit. Ik maak je kapot, Ernest.’
Kwist glimlachte.

Kwist dacht na. Hij wist wel iemand. ‘We lekken de naam van Liesbeth Spies.’ Hirsch Ballin glimlachte. ‘Ik denk dat we elkaar in de toekomst wel vaker gaan zien.’

Iedereen was woedend. Er werd met deuren geslagen. Kwist glimlachte.

‘Dank je wel,’ zei hij.
Zij glimlachte en toen keek ze opeens heel serieus. ‘Ik wil je niet verliezen, Ernest.’

‘Het is net zoals bij wielrennen. Wie de sprint te vroeg aangaat, verliest gegarandeerd. Dat heeft de oude Van Agt mij nog geleerd.’ Kwist glimlachte. ‘Dat doet mij er trouwens aan denken —’ zei Hirsch Ballin, ‘dat pijnlijk lovende opiniestuk van Wiegel in de Volkskrant was meesterlijk.’

‘En voor wie werk jij dan, José?’ vroeg hij bij wijze van grap.
Ze glimlachte mysterieus. ‘Laten we het erop houden dat ook jij chanteerbaar bent, Ernest. Onthoud dat goed.’

En tegelijkertijd bezorgden die woorden ‘gevaarlijk dubbelspel’ hem een glimlach op het gezicht. Hij keek naar zichzelf in de spiegel. Die glimlach kon ook worden geïnterpreteerd als een vervaarlijke grijns.

‘Vind je het gek dat ik geen partij wil?’
Kwist glimlachte. Hij nam nog een bitterbal.
‘Verhagen probeert het vertrouwen van de linkervleugel te herstellen.’

‘We zijn een team,’ zei Kwist. Hij glimlachte.

‘Vraag hem om een paar cda-prominenten te bellen, bijvoorbeeld Ab Klink, en hen te laten voorstellen om de regeringsdeelname van het cda na de tussenformatie opnieuw ter discussie te stellen op een partijcongres.’
Kwist glimlachte. ‘Een briljant idee overigens.’

Pfeijffer heeft, afgezien van een enkele opmerking over bijvoorbeeld de schoenen, normaliter niet overdreven veel aandacht voor het uiterlijk van zijn personages, zeker niet van de mannen, maar een glimlach lijkt altijd wel genoteerd. Dat komt denk ik minstens deels doordat het gaat over een communicatieve handeling – en behalve de ik-persoon doen personages in Pfeijffers verhalen zelden iets helemaal voor zichzelf. Ze zijn als je erop gaat letten eigenlijk altijd aan het communiceren.

In Minister Kwist wordt de glimlach vooral gebruikt om een dialoogje even te breken. Dit is het sjabloon:

‘Iemand zegt iets.’ Iemand glimlacht. ‘Het gesprek gaat weer verder.’

Het is een simpele manier om de dialoog even te breken, om het verhaal niet helemaal te laten lezen als een filmscenario. Er gebeurt even iets, hoewel zelfs dat gebeuren nog steeds bijdraagt aan het gesprek. Dat is denk ik de reden dat er vooral in Minister Kwist zoveel wordt geglimlacht, want dat verhaal bestaat ook veel meer uit dialoog dan ander werk van Pfeijffer.

Op dezelfde manier en om dezelfde reden wordt in het verhaal ook af en toe geknikt en gegrijnsd. Maar glimlachen heeft een aantal dingen voor op dat soort handelingen: het is subtieler en meerduidiger – het kan duiden op instemming, op ironie of op vage afwezigheid. Glimlachen is daarmee in zekere zin het politieke communicatiemiddel bij uitstek – heel geschikt om een gesprek tussen twee Kamerleden mee te larderen.