Ilja Leonard Pfeijffer als wereldvreemde snuiter

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (33)

Door Marc van Oostendorp

Beste Ilja,

Het spijt me dat ik je nu pas schrijf. Je kreeg een paar dagen geleden een brief waarin je werd gevraagd:“Voor wie wil je schrijven? Voor een wereldwijd publiek van tien bijziende autisten die vroeger op de kostschool te veel zijn gepest, of voor alle barmannen en serveersters van Nederland en België?”

Ik wil je ervan overtuigen dat je je niets moet aantrekken van die brief.

De auteur van dat epistel was je eigen ik, dr. Ilja Leonard Pfeijffer, maar dan uit het jaar 2014 – inderdaad, de verre toekomst. Hij zal de brief later publiceren in Brieven uit Genua, samen met de andere curieuze brieven die je af en toe van hem krijgt. Die tien bijzijnde autisten waar hij het over heeft, daar hoor ik dan juist weer bij. Ik ben een oudere versie van een vage kennis van je, al hebben we op dit moment in het geheel geen contact. Behalve dan dus via deze brief, maar die telt niet.

Een paar regels eerder in dezelfde brief had de oude Ilja mij en mijn collega’s al “wereldvreemde snuiters” genoemd, “met stof onder hun oksels wie het haar uit de oren groeit en die misschien wel geruite pyjama’s dragen die hun vrouw voor hen strijkt.” Met die lui verspilt jij volgens de oude Ilja “de beste jaren van je leven om uiterst geleerde en ultiem specialistische boeken en artikelen te schrijven die niemand anders kan begrijpen”.

Alcoholisme

Begrijp me goed, Ilja. Ik ben een moderne Serenus Zeitblom en jij wordt later Adrianus Leverkühn en schrijft dan brieven aan je vroegere zelf. Die ik dan in een nog weer verdere toekomst becommentarieer. Hij en ik zijn op een maand na even oud en hebben op verschillende momenten verschillende keuzes gemaakt. Nu jij deze brief leest, in 2002, ben ik al vijf jaar hoogleraar en mijn vrouw strijkt bij wijze van spreken mijn pyjama’s. (Dat er ook wereldvreemde snuiters zijn met een al dan niet strijkende mán moet hier tussen haakjes ook even worden vermeld; ook in de toekomst zijn er nog werkende vrouwen.) Ik heb je roman Rupert overigens in 2002 tot mijn spijt nog niet gelezen, want ik ben in het buitenland buitenlandse romans aan het lezen.

Je moet je sowieso niks aantrekken van briefschrijvers die schrijven ‘voor alle barmannen en serveersters van Nederland en België.” Want die schrijven dus niet voor jou. Die oude Ilja is er helemaal niet in geïnteresseerd om jou ergens van te overtuigen. Hij wil vooral zichzelf ervan overtuigen dat hij indertijd een goede keuze heeft gemaakt; vandaar bijvoorbeeld het curieuze argument dat je door ontslag te nemen aan de universiteit je alcoholisme beter kunt opbouwen. En nog meer: hij wil een boek schrijven, en hij gebruikt jou als stof voor dat boek.

Diverser publiek

Hoe dan ook stelt hij de zaken overdreven voor. Je kunt dat zelf al zien als je zijn brief goed analyseert. Er blijken allerlei geleerden te zijn voor wie hij wel degelijk waardering heeft, al zijn die van een oudere generatie: zijn promotor Sicking, en taalkundigen als Beekes en De Rijk. Hij bewondert hen juist omdat zij zich nergens iets van aantrokken en op hun dooie akkertje de onderwerpen bestudeerden die hen interesseerden, omdat ze eigenzinnig waren en zich van niemand iets aantrokken behalve van de waarheid.

Van niemand.

Niet van hun stupide, autistische en wereldvreemde collega’s. Maar ook niet van alle barmannen en serveersters.

Het is van tweeën één, Ilja. Je moet ervoor kiezen om helemaal je eigen gang te gaan, en dat kan betekenen dat je je eega je pyjama’s laat strijken terwijl jij verbluffende ontdekkingen doet die niemand begrijpt en de meeste mensen ook niet interesseren. Of je moet compromissen sluiten en dan brieven schrijven aan je jongere zelf die eigenlijk gericht zijn aan een veel groter en diverser publiek.

Niet vol

Het is een probleem dat ook in mijn leven een rol speelt. Ik ben na 2002 wél wetenschapper gebleven en als ik eerlijk ben betekent dit dat ik af en toe horendol raak van de wereldvreemde snuiters die me omringen. Het valt niet mee om met zulke lieden om te gaan als je zelf ook zo iemand bent.

Maar dat ik dat werk doe, betekent ook dat ik eindeloos kan pluizen in de taal, tot ver voorbij het moment dat iemand nog wil meepluizen. En dat af en toe zelfs via een blog kan delen met de barmannen en serveersters van Nederland en België. Je houdt van taal, Ilja. Je hebt al laten zien hoe gevoelig je ervoor bent en je zult dat in je literaire werk ook ongebreideld tentoon kunnen spreiden. Maar je hebt ook een groot analytisch talent – en dat kun je het beste met dat taalgevoel combineren in de wetenschap.

Blijf op de universiteit, Ilja. Ik smeek het je. De sfeer kan de komende vijftien jaar alleen maar achteruitkachelen zonder jou. We kunnen wel wat mensen gebruiken die echte geleerdheid combineren met de vaardigheid om een boek als De antieken te schrijven.

En dat drinken dan? Ach, weet je, dat houd je toch niet vol.