Communiceren is denken en omgekeerd

Door Marc van Oostendorp

Ik heb op mijn computer een programmaatje dat het systeem ’s nachts overneemt. Als ik de rekenkracht niet gebruik om te tikken of naar een YouTube-filmpje te kijken, gaat dat programma aan het werk. Samen met duizenden andere computers op de wereld is het op jacht naar nieuwe priemgetallen. Mijn computer haalt een nieuw kandidaatgetal op en rekent vervolgens – meestal duurt dat een paar dagen – aan zo’n getal om te zien of het inderdaad een priemgetal is. Als het daarmee klaar is, deelt het ’t resultaat mee aan het netwerk en vraagt het een volgende getal op.

Ik vind dat een sympathiek programmaatje. Ik herken mezelf erin.

Want ik geloof dat denken altijd zo toegaat: je neemt een aantal bestaande ideeën, die de mensen je hebben verteld, die je ergens hebt gelezen of die je anderszins ergens hebt opgepikt, en die ideeën bewerk je in je hoofd. Die bewerking heeft echter alleen zin als je het resultaat daarna deelt met anderen, die er weer verder mee kunnen.

Gedachte

Helemaal alleen in je eentje denken levert niet veel op. Je moet dan de hele geschiedenis van de mensheid overdoen en daar is niemand toe in staat. Zelfs de origineelste denker gaat uit van bestaande ideeën. En omgekeerd: wie de prachtigste ideeën heeft ontwikkeld en daar niets over vertelt aan iemand anders, heeft in zekere zin voor niets gedacht. Hij of zij zal die indrukwekkende ideeën meenemen in het graf. Ze hebben hem of haar wellicht gediend, maar sterven zelf op dat moment ook.

Het fijne van de mensheid is dat ze een soort internet is, maar dan niet van geschakelde computers maar van geschakelde geesten.

Denken is dus niets zonder communicatie, zoals communicatie ook altijd denken is. Dat wordt niet altijd zo gezien. Ik lees de laatste tijd veel inleidingen in de communicatie en daarin worden de zaken vaak zo voorgesteld alsof je eerst een goede gedachte hebt en deze daarna in de communicatie gaat vormgeven. Maar dat impliceert dan weer dat de gedachte al bestaat in een nog niet gecommuniceerde vorm.

Beginnelingen

Mijn metafoor van de netwerkcomputer leidt daar ook misschien gemakkelijk toe, maar die moeten we daarom misschien maar opgeven, want hij is denk ik feitelijk onjuist.

Geslaagde communicatie is hardop samen denken. Je gedachten nemen hun definitieve vorm aan terwijl je ze uitspreekt of opschrijft, en je maakt onmiddellijk gebruik van de hersenkracht van je zogenoemde gehoor (dat dan ook terugcommuniceert, al is het maar door je aan te kijken). Zelfs als je iets heel eenvoudigs uitlegt aan een groep absolute beginners, overdenk je de inhoud opnieuw terwijl je hem onder woorden brengt. Je bedenkt hem op een manier die de anderen zullen begrijpen, je gebruikt alleen al op die manier even hun hersenen om de ideeën opnieuw te bezien. Iedere goede docent weet dat zij zelf iets beter snapt nadat ze het aan tien groepen beginnelingen heeft uitgelegd.

Medaillekanten

Het best werkt communicatie daarom één op één, maar ik denk dat het uiteindelijk ook zo werkt als je eenzaam achter je toetsenbord zit of voor je camera staat. Wie dan wil uitleggen heeft alleen wat extra verbeeldingskracht nodig – moet zich degenen voorstellen die aan het meedenken zijn. Je kunt dan niet écht van hun hersenen gebruik maken, maar wel je eigen hersenen ertoe aanzetten om de zaken nog eens op een andere manier te overdenken.

Het is dus niet eens zo dat denken en communiceren ‘niet zonder elkaar kunnen’: ze zijn twee kanten van dezelfde medaille. Er valt zonder communicatie niets te denken; je kunt alleen communiceren door tijdens dat communiceren over je onderwerp na te denken. Daarvoor hebben we taal: om die twee medaillekanten aan elkaar te lassen.