In de klas: woordenschat – lexicon – vocabulaire

Door Roland de Bonth

De mobiele telefoon is een zegen voor leerlingen die de betekenis van een woord niet kennen. Je gaat – bijvoorbeeld – naar www.vandale.nl, typt boven aan de pagina het onbekende woord in en geeft vervolgens de zoekopdracht. In een oogwenk verschijnt de betekenis van het woord op het scherm van je mobieltje.

Helaas is deze manier om de betekenis van een woord te achterhalen niet geschikt tijdens het Centraal Schriftelijk Eindexamen, want de mobiele telefoon is daarbij geen toegestaan hulpmiddel. Wel mag een leerling tijdens alle schriftelijke examens woordbetekenissen opzoeken in een eendelig verklarend woordenboek Nederlands of – als de kandidaat een andere taal dan het Nederlands als thuistaal heeft – een woordenboek van Nederlands naar een vreemde taal. Een steeds groter wordend probleem is tegenwoordig dat leerlingen de volgorde van het alfabet niet meer zo goed kennen – dit is immers niet nodig bij online woordenboeken. Het opzoeken van onbekende woorden kost daardoor nodeloos veel tijd, die tijdens een examen beter aan de opgaven zelf besteed had kunnen worden. Wat kunnen leerlingen en leraren hieraan doen?

Het hebben van een uitgebreide woordenschat is van groot belang maar niet voor iedereen vanzelfsprekend. Bijvoorbeeld voor kinderen uit lagere sociale klassen of voor kinderen met een migratieachtergrond. Omdat zij minder Nederlands lezen, lopen zij een achterstand op ten opzichte van gezinnen waar het lezen van boeken, kranten en tijdschriften de gewoonste zaak van de wereld is.

In alle lesmethodes die ik tot op heden heb gebruikt als docent Nederlands, komen zowel in onderbouw- als bovenbouwboeken oefeningen voor om de woordenschat van leerlingen te vergroten. Het meest zinvol vind ik de opdrachten waarbij leerlingen strategieën aangeleerd krijgen om de woordbetekenis te achterhalen.

Hieronder volgt een overzicht van vaak genoemde woordraadstrategieën, waar leerlingen zich in kunnen bekwamen (zie ook hier en hier):

  • Zoek naar een synoniem van het woord in de tekst;
  • Zoek naar een antoniem van het woord in de tekst, een woord met een tegengestelde betekenis;
  • Zoek naar een omschrijving of definitie in de tekst;
  • Zoek naar een voorbeeld in de tekst waarmee het woord wordt uitgelegd;
  • Zoek naar afbeeldingen die de betekenis van een woord verduidelijken;
  • Zoek naar delen in het woord waarvan je de betekenis kent (denk bijvoorbeeld aan Griekse en Latijnse woorddelen).

Overigens moet een leerling er ook op gewezen worden dat het soms het beste is om een tekst gewoon door te lezen. Niet elk onbekend woord is belangrijk en niet elk onbekend woord staat een goed begrip van de tekst in de weg.

Speciale aandacht zou er moeten uitgaan naar schooltaalwoorden en vakwoorden. Uit onderzoek blijkt dat leerlingen in het voortgezet onderwijs hun leraar vaak niet begrijpen omdat zij niet vertrouwd zijn met de ‘schooltaal’ waarvan die zich bedient. Om een voorbeeld te noemen, voor eindexamenkandidaten – en hun docenten – is het bijvoorbeeld belangrijk de terminologie te bestuderen die gebruikt wordt door het CvTE bij het maken van de examens (zie bijlage 4. Begrippenlijst voor domein D. Argumentatieve vaardigheden).

Door een leerling veelvuldig te laten oefenen met woordraadstrategieën om de betekenis van onbekende woorden te achterhalen, wordt de woordenschat geleidelijk uitgebreid. Het aanleggen van een schrift met die aanvankelijk onbekende woorden en hun betekenis kan daarbij goede diensten bewijzen. Ook het maken van flashcards kan effectief zijn bij het memoriseren van woordbetekenissen; op het internet zijn hiervoor verschillende programma’s te vinden. Andere woordoverhoorprogramma’s/websites die goede diensten kunnen bewijzen bij het overhoren en leren van woorden zijn: Bloon, Cram, Drillster, Memrise, miniTeach, Overhoor, Quandle, Quizlet, Teach2000, Woordjesleren en Wozzol.

Zoals gezegd, de mobiele telefoon is een zegen voor leerlingen die de betekenis van een woord niet kennen…