Ilja Leonard Pfeijffer als kiezer tussen zij en ze

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (29)

Door Marc van Oostendorp

Het Nederlands heeft voor de derde persoon vrouwelijk twee persoonlijk voornaamwoorden: zij en ze. De eerste gebruik je bijvoorbeeld om contrast uit te drukken. In de zin ‘hij was heel moe maar zij wilde nog een stukje verder lopen’ zou ze raar zijn.

De vorm ze gebruik je juist als je verwijst naar iemand terwijl iedereen al weet over wie je het hebt: ‘De prinses liep rood aan. Ze had genoeg van alle gezeur.’ Daar klinkt zij juist weer raar. Zij gebruiken in plaats van ze betekent altijd dat er potentiële verwarring is, dat iemand anders dan de prinses zich aan het gezeur kon storen.

Maar zo zitten de zaken niet in elkaar in de alexandrijnen in Pfeijffers ‘heldendicht’ Van oorlog en liefdeDaarin vinden we regels als:

Maar de godin van twist viel niet te onderschatten,
vooral niet als de woede uit haar ogen spatte.
En zij was kwaad.

Zij verwijst hier naar de godin van twist, en we hebben hier dus een context die precies gelijk is aan de door mij geconstrueerde, en daarmee een beetje verwarrend: waarom zij? Is hier nog een andere vrouw in het spel die ineens kwaad is?

Troonzaal

Daar staat tegenover dat in hetzelfde gedicht soms juist ze staat waar je ook best zij zou kunnen verwachten:

(…)  Hij gedroeg zich bars.
Ze had steeds vaker hoofdpijn. Hij keek dan tv,
naar sport of naar een vechtfilm op een dvd.
Ze zeurde om een nieuwe peplos. Hij werd boos,
waarna ze nachtenlang de eenzaamheid verkoos
en hij moest slapen in de troonzaal op de bank..

Hier worden hij en zij bij voortduring tegenover elkaar gezet en je zou dan ook de zij-vorm verwachten.

De verdeling van ze en zij wordt in dit gedicht dan ook anders bepaald: er staat doorgaans ze als het de eerste, derde, enz. lettergreep van een regel is, en zij als het de tweede, vierde, lettergreep betreft. In het eerstgenoemde voorbeeld hierboven is het dus ‘En ZIJ was kwaad’ (tweede lettergreep) en in het tweede voorbeeld ‘ZE had steeds vaker…’ en ‘ZE zeurde om een’ (eerste lettergreep) en ‘waarna ZE’ (derde lettergreep).

Stadsfonteinen

Dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat Van oorlog en liefde geschreven is in alexandrijnen, regelmatige afwisselingen van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen. Kennelijk wint die regelmatige afwisseling het van het natuurlijke gebruik van ze en zij.

Waar ik dan geen verklaring voor heb: er is één uitzondering, één zij in een eerste lettergreep. Ik geef het hier met enige context:

Haar naam was Helena. Ze was het struis van ei.
Gevederd was haar wiegen en als zij voorbij
marcheerde op haar hemeltergend wreed gelakte
gelaarsde oorlogspad dat alle tongen klakten,
ontpopte zich champagne, spoten stadsfonteinen,
trok worst in de vitrines recht en juichten pleinen
hun jubelende vuurwerk spattend in de lucht.
Zij was de passievrucht, de zin van ogen, zucht
en zindering, deed knopen van de broekband springen.
Ze deed de dichters dichten en minstrelen zingen,

Het gaat al de hele tijd over Helena, dus er is geen speciale reden om nu ineens zij te zeggen; zoals er twee regels later op dezelfde plaats, de eerste lettergreep van de regel, ook ze staat.

Het metrum noch het gewone gebruik dwingen hier dus de zij-vorm af. Het enige wat ten gunste van die vorm hier gezegd zou kunnen worden, is dat het de alliteratie ondersteunt: zij, zin, zucht, zindering. Alliteratie werkt beter met beklemtoonde lettergrepen en dat effect heeft de dichter hier dus tegen de klippen op willen bereiken.