Ilja Leonard Pfeijffer als dronkeman

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (17)

Door Marc van Oostendorp

Uit de jaren 2010-2013 stamt een klein en opmerkelijk puzzelstukje uit het oeuvre van Ilja Leonard Pfeijffer: dat van de nachtelijke YouTube-video’s. De suggestie is steeds: de dichter komt midden in de nacht naar huis, klapt nog even zijn laptop open en neemt een filmpje op dat ongeredigeerd op YouTube verschijnt.

Er zijn er een paar in het Italiaans, er is een korte minireeks waarin de dichter, naar eigen zeggen ‘stomdronken’, gedichten van anderen voorleest. En dan zijn er een paar filmpjes als deze, waarin de spreker voor de vuist weg in het Nederlands spreekt over literaire of maatschappelijke thema’s. ‘Stomdronken’ lijkt hij me in dit geval niet, maar wel behoorlijk aangeschoten (maar wat weet ik ervan). Zijn syntaxis is nog intact en hij articuleert nog precies genoeg om verstaanbaar te zijn. Er zijn een paar stukjes waar ik niet zeker weet wat hij zegt, maar dat komt eerder door de lage kwaliteit van de geluidsopname.

Ten behoeve van de pfeijfferologie heb ik deze monoloog naar beste vermogen getranscribeerd:

Het probleem met dat hele racisme is dat niemand echt weet waar het over gaat. Een paar jaar geleden had ik de meest racistische taxichauffeur ooit. In Amsterdam. Ik moest van het station naar het café achter het Concertgebouw – Welling. Er was een presentatie van een boek van Herman Franke. Wijlen Herman Franke, zeer betreurd door mij. Ik was een beetje laat, dus ik nam een taxi. En ik had echt de grootste racist als taxichauffeur en dat was een kwelling. Die reed in een enorme slee van een aftandse witte Mercedes. Boomlange neger. Tijdens een korte rit van het station naar Welling schold hij iedereen uit voor ‘vieze vuile gore blanke’. En op het moment dat ik voorreed, viel zijn achterbumper ervan af en zijn knalpot ontplofte.Maar ik heb nog nooit zo’n mooie entree gemaakt, ik ben nog steeds dankbaar aan  deze racist. En zo is het ook een beetje met zwarte piet, weet je wel. Iedereen praat nu altijd wel over die goedheiligman en zo, maar eh, ik heb er toch wel een trauma aan overgehouden, weet je wel. En hoeveel die zwarte pieten hebben geroofd uit mijn schoen! Hele wortels! Tekeningen! En heb ik er ooit iets voor teruggezien? Wat was het idee? Het idee was: dat waren tekeningen voor Sinterklaas, dat waren wortels voor het paard van Sinterklaas, suikerklontjes! Ja, en dan krijg je wel zo’n beetje een stig-ma-ti-se-ring. Ja, en die Sinterklaas, die deugt ook niet. Dan zet je een mijter op, doe je een tabberd aan, kortom, of je nu lang of kort praat, je verkleed je als een bisschop, en dan neem je kindertjes op je schoot, in ruil voor snoepgoed. Hoe pervers wil je het hebben, weet je wel. Soms denk ik weleens, waar gaat het nou naartoe met deze maatschappij. Dat iemand zich als bisschop verkleedt en iedereen windt zich alleen maar op over de schmink die hij onder zijn oksels heeft gesmeerd. Nou ja, maar ik wil verder geen standpunt innemen, of zo. Dat zijn gewoon dingen die ik bedenk.

Document

De tekst heeft een wat ander karakter dan veel columns over maatschappelijke onderwerpen die Pfeijffer in dezelfde periode publiceerde (bijvoorbeeld verzameld in Het ministerie van specifieke zaken), bijvoorbeeld vanwege het absurdistische karakter.

Het is inderdaad niet makkelijk er een coherent ‘standpunt’ uit te destilleren. De ‘meest racistische taxichauffeur ooit’ blijkt een zwarte Amsterdammer? Zwarte pieten hebben van de jonge Pfeijffer tekeningen uit de schoen gestolen? Daar staan vooral een aantal humoristische details tegenover. De ‘enorme slee van een aftandse witte Mercedes’ die uit elkaar valt op het moment dat hij bij Welling arriveert. De observatie dat behalve de spreker niemand zich ooit druk blijkt te maken over de schmink die sinterklaas onder zijn oksels smeert.

De auteur heeft een en ander later op zeker moment naar YouTube geüploaded, dus hij wist op zeker moment wat hij deed. Je kunt het daarom zeker tot het oeuvre rekenen. Het is dronkemanspraat, en tegelijkertijd een parodie op dronkemanspraat. Het raakt aan thema’s die ook elders aan de orde komen – het verkleden, het racisme. Het documenteert het verval, de andere kant het nachtelijke avontuur: de eenzame man die zich achter zijn computer afvraagt waar het heen moet met een samenleving waar men zich als bisschop verkleedt.