Gedicht: Rudie van Lier – Twee gedichten

Perpetuum mobile

Zoo wordt elk woord dat ik beweeg
Beweging, die beweging wekt;
Het valt terug tot ’t in mijzelf,
In jou, in u beweging wekt.
Bewegende, bewegende
Beweging, tot ik mij weer beweeg,
Terwijl mijn hand die meeuw gelijkt,
Wanneer ze op het watervlak
Met hare witte pennen strijkt
Beweging zwart op wit verkrijgt.

*

De vrouwen

De vrouwen keuvelen in de hof,
Misschien bezingen zij de lof
Van een gedicht dat ik eens schreef
Toen een van hen mijn hoop verdreef,
Maar als ik luister is de stof
Van kool en kind, van schoen en slof —
Een enkele slechts zie ik er staren
Met het oog van toen zij meisjes waren.

Rudie van Lier (1914-1987)