Standaardnederlands op school

Door Jan Uyttendaele

In mijn bespreking van Nederlands voor Taalhelden heb ik de wens geuit dat de Taalunie ooit eens een publicatie voor het onderwijs zou laten verschijnen, waarin duidelijkheid wordt gegeven over het standaardtalige gebruik van een aantal courante schooltermen. Wat is het nu eigenlijk: kopies of kopieën, klassenleraar of klastitularis, nota’s of notities, beraadslagen of delibereren, bordveger of bordenwisser, quoteren of beoordelen, onderlijnen of onderstrepen, schoolagenda of klasagenda, uurrooster of lesrooster enz.? Wat is precies het verschil tussen verlof en vakantie, alinea en paragraaf, synthese en samenvatting, examen en proefwerk enz.? Ook in mijn bespreking van het boekje Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? heb ik gepleit voor de publicatie van een woordenlijst met taaladvies voor leraren. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat we daarmee met name de Vlaamse leerkrachten een grote dienst zouden kunnen bewijzen, maar ik heb moeten constateren dat mijn wens bij de Taalunie (en elders) in dovemansoren is gevallen. Ik heb dan maar zelf het initiatief genomen en ik heb zelf zo’n (beperkte) lijst samengesteld en gepubliceerd op de website van KlasCement, het leermiddelennetwerk van het Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap. <Zie hier.>

De alfabetische lijst bevat een aantal woorden en uitdrukkingen die in Vlaanderen op school vaak foutief gebruikt worden. Hij is hoofdzakelijk gebaseerd op twee actuele elektronische bronnen met een officieel karakter: Taaladvies.net van de Nederlandse Taalunie en de Taaltelefoon van de Vlaamse overheid. De taaladviezen van deze twee instanties zijn voor iedereen gemakkelijk bereikbaar op het internet. Als Standaardnederlands beschouw ik alles wat op deze websites wordt gelabeld als ‘standaardtaal in België’, als ‘standaardtaal in Nederland’ of als ‘standaardtaal in het hele Nederlandse taalgebied’. Als het volgens deze websites niet duidelijk is of een woord of uitdrukking tot de standaardtaal gerekend mag worden, dan beschouw ik dat woord of die uitdrukking als niet-standaardtalig.  Voor de gevallen waarover in deze elektronische bronnen geen uitspraak wordt gedaan, baseer ik me op een aantal andere publicaties, die genoemd worden in de toelichting bij de woordenlijst.

Ik sluit me aan bij de definitie van Standaardnederlands op Taaladvies.net. Volgens die definitie behoort het onderwijs tot ‘de belangrijke sectoren van het openbare leven’ of ‘het publieke domein’, waarin de standaardtaal ‘algemeen bruikbaar’ is. Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen, dat de omgangstaal op school altijd en overal standaardtaal moet zijn. Waar en wanneer er op school ook plaats is voor het gebruik van dialect, regiolect, jongerentaal of tussentaal, kan elke school voor zichzelf uitmaken volgens het eigen taalbeleid.

Ik ben het ook eens met de visie van de Taalunie op de standaardtaal als een ‘taal in beweging’. De standaardtaal heeft geen vaststaande, statische vorm. Wat vandaag (nog) geen standaardtaal is, kan daar morgen wel toe gerekend worden. Het is niet ondenkbaar dat bepaalde woorden en wendingen als het ware op weg zijn naar de standaardtaal. Zodra de onlinebeschrijving daarvan op Taaladvies.net wordt aangepast aan de actuele toestand, zal ik mijn advies in deze lijst ook wijzigen. Maar, zoals hierboven al gezegd is, beschouw ik varianten waarvan het voor de officiële taaladviesdiensten niet duidelijk is of ze tot de standaardtaal gerekend kunnen worden, niet als standaardtaal. Aan een advies dat niet duidelijk is, heeft de taalgebruiker volgens mij niet veel. Daarom kies ik ervoor om varianten met een ‘onduidelijke status’ (voorlopig) niet tot de standaardtaal te rekenen.

De lijst is in de eerste plaats bedoeld voor Vlaamse leraren die vlug duidelijkheid willen hebben over het standaardtalige karakter van typisch Vlaamse woorden en wendingen. Ik ga niet in op verschillen in woordgebruik en woordbetekenis tussen Vlaanderen en Nederland. Ook de verschillende termen waarmee gelijksoortige verschijnselen in Vlaanderen en Nederland worden benoemd, bv. ‘secundair onderwijs’ in Vlaanderen en ‘voortgezet onderwijs’ in Nederland, laat ik buiten beschouwing. Daarvoor verwijs ik naar  de ‘Onderwijstermenlijst’ op de website van de Taalunie.

Ik wil proberen de lijst zoveel mogelijk up-to-date te houden. Alle suggesties, aanvullingen en verbeteringen zijn dus welkom.