Marita Mathijsen: Drie scenario’s

Door Marita Mathijsen

Het zwarte scenario

Aan alle Nederlandse universiteiten is Neerlandistiek opgegaan in Literatuurwetenschap, Algemene taalkunde en Argumentatie-analyse. Als apart vak bestaat het niet meer. Alle colleges worden in het Engels gegeven, zowel op bachelorniveau als op masterniveau. Wie in Nederlandse literatuur geïnteresseerd is, kan voorbeelden daaruit gebruiken om algemene patronen te demonstreren. Op de middelbare scholen is Nederlands ook geen apart vak meer, alleen op de basisscholen wordt er nog geleerd hoe je in het Nederlands spelt.

Er bestaat nog wel een researchvariant Nederlandse taal- en literatuur, alleen in Leiden, die men één jaar kan volgen ná de gewone master. Daar word je in één semester geschoold in specifiek Nederlandse middeleeuwse of zeventiende-eeuwse taal of literatuur. In het tweede semester schrijf je een researchmasterscriptie. Die mag in het Engels zijn.

Er zijn geen hoogleraren meer die in hun leeropdracht alleen Nederlandse literatuur of taalkunde hebben staan. Er zijn hoogleraren literatuurwetenschap of taalkunde die een specificatie in hun opdracht hebben staan: Nederlandse literatuur van de middeleeuwen, bijvoorbeeld. Researchstudenten die zich daarin willen specialiseren kunnen bij een hoogleraar met een dergelijke specificatie terecht. Daarnaast zijn er hoogleraren literatuurwetenschap met de specificatie Frans, Italiaans, Engels, Russisch et cetera. Bij sollicitaties naar hoogleraarsplaatsen krijgen kandidaten die meerdere specificaties in hun pakket hebben voorrang. Vakken als paleografie, teksteditie, Neolatijn, Middelnederlands worden niet meer gegeven.

De universiteitsbibliotheken lenen geen boeken meer uit. Alles is gedigitaliseerd en kan thuis gedownload worden. De bibliotheken bestaan als zodanig niet meer: de gebouwen zijn omgebouwd tot werkplekken voor studenten. Er is een centrale Universiteitsbibliotheek in Amsterdam waar digitale nieuwe wetenschappelijke werken geschikt gemaakt worden voor de centrale digitale catalogus. De aparte catalogi voor Leiden, Groningen etc. zijn opgeheven. Papieren boeken zijn verhuisd naar de KB als ze uniek waren, en anders vernietigd. De KB heeft van alle boeken een schaduwexemplaar in een ondergrondse schuilplaats opgeslagen, zodat er bij grote calamiteiten bovengronds altijd nog één exemplaar ondergronds overblijft. De Bijzondere Collecties met handschriften en wiegedrukken bestaan ook niet meer. De collecties zijn verdeeld over instanties met een specifieke bewaarfunctie, zoals het Literatuurmuseum, de KB, het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, het Nationaal Archief en de Stads- en provinciearchieven.

In Leiden zijn er in 2040 drie researchmasterstudenten met een specialisatie Nederlands.

Het droomscenario

Neerlandistiek is door de toenemende internationalisering opgebloeid als nooit te voren. Sinds jonge schrijvers op alle middelbare scholen uitgenodigd worden om te discussiëren over de betekenis van literatuur in een desintegrerende maatschappij, is de inschrijving bij Neerlandistiek in het hele land verdubbeld en in Amsterdam zelfs verdriedubbeld. Daarbij gaat de organisatie van deze uitwisseling uit van de leerstoelen Nederlands, die zich sinds een jaar of tien zijn gaan verbinden met de leraren Nederlands. Alle universiteitsdocenten geven nu één semester per twee jaar lessen aan middelbare scholen, terwijl alle leraren op hun beurt colleges aan de universiteiten verzorgen. Maar hoe groot de invloed ook is geweest van deze wending naar het onderwijs, die is nog overtroffen door de bezielende oproep van de jonge hoogleraar Frya Saevensand, die in Amsterdam het programma: Taal is alles, alles is taal begon. Haar doel was de scheidslijnen op te heffen tussen letterkunde, taalkunde en taalbeheersing. Daarvoor zocht zij samenwerking met alle universiteiten met een afdeling Neerlandistiek. Haar uitgangspunt was dat Neerlandistiek het doel heeft de capaciteit van taal te analyseren. Immers, via taal wordt terrorisme aangestuurd maar komen ook liefdadigheidsacties op gang, worden voetbalwedstrijden gezamenlijk beleefd en kunnen politici van Rusland en de VS elkaar bedriegen of juist ondersteunen. Het programma van de nieuwe Neerlandistiek bestaat eruit, die mogelijkheden van taal om mentaliteiten te beïnvloeden en reacties te beïnvloeden te onderzoeken en analyseren. De taal gebruikt daarvoor niet alleen literaire middelen, ook gemeenschappelijke taalkundige structuren, en sturende argumentatie. Het onderscheid tussen literaire teksten, cabaret, politieke toespraken, voetbalkreten, twitterberichten is hiermee vervallen: elke taaluiting heeft een eigen dynamiek die in zijn context geanalyseerd kan worden. Doel van het programma van Frya Saevensand is bewustmaking van de allesoverheersende invloed van taal op alles wat zich in de maatschappij afspeelt. Kort geleden heeft haar onderzoeksgroep gesprekken gevoerd met biologen om met behulp van computerprogramma’s het onderzoek naar dierentalen verder te ontwikkelen, die zich in hun taal ook lijken te bedienen van zulke functionele mechanismen als zij aangewezen heeft voor mensentaal.

De praktijk

En wat denk ik dat er over 25 jaar aan de hand is in de Neerlandistiek? Zet de krimp in studentenaantallen die al enige tijd aan de gang is zich door? Het zou mij niet verbazen als er een gunstige ommekeer komt. De aandacht voor schrijvers, literatuur, cabaret, liederen is eerder groeiende dan afnemende, ook die voor Nederlandstalige teksten. Nederlands zal zich handhaven, ook al wordt Engels steeds meer de enige buitenlandse taal die nog door iedereen aangeleerd wordt. Engels zal steeds meer een gereedschapstaal blijken te zijn, maar het Nederlands zal de taal blijven die het dichtst bij het hart, het gevoel, het beleven, de zintuigen staat. De dialecten hebben zich ook al enige eeuwen gehandhaafd ondanks het ABN, en zo zal het Nederlands zich ook handhaven in een mondiale situatie. Het verlevendigt zich door toename van degenen die Nederlands niet als moedertaal meegekregen hebben, maar het zich later verworven hebben. Daardoor ontstaan er nieuwe woorden en nieuwe wendingen in de taal. Er zal dan ook meer behoefte ontstaan om Nederlands te bestuderen, ook door de nieuwe Nederlanders. Wel moeten er een paar omslagen gemaakt worden. In elk geval zouden de banden tussen middelbare scholen en universiteiten veel strakker aangehaald moeten worden. Daar zijn al enige initiatieven voor op gang gekomen, met name aan de Utrechtse Universiteit. De Universiteit zou zich veel meer moeten realiseren wat er nodig is aan leerstof voor middelbare scholen, en gezamenlijk met leraren, studenten en universitaire docenten die ontwikkelen. Ook moet er snel overgegaan worden op sloping van de schotten die er nog steeds tussen taalkunde, letterkunde en taalbeheersing bestaan. Het moet toch mogelijk zijn die af te breken – ze zijn in de twintigste eeuw opgetrokken, hoog tijd om die in de 21ste eeuw te slopen.