Gedicht: Guillaume van der Graft – Tussen het zingende kerkvolk

Tussen het zingende kerkvolk

Soms, als ze hun longen te boven zingen,
het dak bol staat van geluid,
kijk ik mijn ogen uit:

alles verandert, de dingen
staan stil te dansen, het altaar haast swingende,
pinkstertongen worden de kaarsen en de gezichten
van de gewoonste stervelingen glanzen van licht.
Ik verwonder mij tot ik versta:

zonder die tranen in mijn ogen
had de wereld zich niet bewogen,
gingen de dingen niet opgetogen
al dat geloven achterna.

Guillaume van der Graft (1920-2010)
uit: Mythologisch (1950)