Viorica Van der Roest: De tuin van de Neerlandistiek

door Viorica Van der Roest

Wat mensen, prieelvogels en mieren onderscheidt van andere levende wezens, is dat ze hun omgeving graag willen organiseren. In cultuur brengen, zoals dat zo mooi heet. Ik weet niet welke jubilea de prieelvogels en mieren vandaag te vieren hebben, maar de mensen vieren dat Neder-L/Neerlandistiek.nl vandaag 25 jaar bestaat, dus ik wil mijn betoog vanaf hier verder tot de mensen beperken. Die ordening van de wereld om ons heen is ooit begonnen met netjes iedereen zijn eigen vuurplaats, en heeft inmiddels geleid tot zo diverse zaken als het Europees Parlement, Google en een aparte hoek met barbecues in het tuincentrum. Hetgeen we ordenen heeft vast wel een hogere orde, maar die zien we dan vaak weer niet, zodat we een arbitrair gebied afbakenen en met z’n allen afspreken hoe dat hoort te functioneren (de Tweede Kamer, de Volkskrant, een supermarkt). Werkt meestal prima.

Eén van die afgebakende gebieden hebben we Neerlandistiek genoemd. Laten we ons die voor het gemak even voorstellen als een tuin: achterin de kas (taalkunde), links naast de ingang de rozentuin (letterkunde) en rechts de moestuin (taalbeheersing). Deze tuin is in de 19e en het begin van de 20e eeuw aangelegd, en het was er lange tijd heel prettig toeven. De laatste decennia echter gebeurt er nogal wat in en rond de tuin. De vraag die vandaag centraal staat is: heeft deze tuin nog toekomst?Een actuele vraag, want er is onlangs een nieuwe diersoort bijgekomen: de manager (lezers van Marc van Oostendorps feuilleton De verleden tijd van lijken weten hoe gevaarlijk deze figuren zijn). Managers hebben zich op slinkse wijze zeggenschap over de inrichting van de tuin toegeëigend, en opeens stonden ze daar, en zeiden dingen als: die rozen, die kun je niet eten. Die moeten weg. En waar is die kas eigenlijk voor?

Daar onderzoeken we hoe planten in elkaar zitten, zeiden de Neerlandici bedremmeld. Dat leek de managers dan wel weer nuttig. Maar in de tuin hiernaast, die van de Algemene Taalwetenschap, daar is ook een kas, zeiden ze. Als jullie nou daar je experimenten gaan doen, dan breken we de kas af en dan kan de grond van de kas en de rozentuin verkocht worden aan de mensen van Business Analytics, want daar groeien ze uit hun tuinhek. De managers wenkten alvast de meneer met de bulldozer, die met ongeduldig ronkende motor stond te wachten.

Goed, u begrijpt het idee. Als we niets doen, blijft er op het laatst niet veel van de tuin over. Natuurlijk is het goed om de vraag te stellen: functioneert deze tuin nog optimaal zo? Een vraag die je ook vaak hoort: is het nog wel van deze tijd om de Nederlandse taal als overkoepelend ordeningsprincipe te gebruiken voor een vak? In de praktijk zijn veel taalkundigen bijvoorbeeld al regelmatig aan het werk in de kas van Algemene Taalkunde. Daar is niets mis mee, en het zorgt er ook voor dat het onderzoek zich blijft ontwikkelen. Maar er is nu al een keurig poortje tussen de twee tuinen, waar je vrij in en uit kunt lopen. De kas in de tuin van de Neerlandistiek afbreken, dat is meteen zo… radicaal. Onomkeerbaar. Sommige gereedschappen en omstandigheden had je alleen daar.

Ik ben zelf vaak voor lange periodes in de tuin van de Romanistiek, in de doolhof van de Oudfranse literatuur. Dat is natuurlijk heel leuk. Maar daarna is het ook extra fijn om weer tussen de rozen van de Medioneerlandistiek te zitten. Dat is thuis. De Neerlandistiek, dat is eigenlijk vooral een gemeenschap van mensen die zich vakmatig met een paar aanverwante thema’s bezighouden: de tuiniers, zeg maar, allemaal met hun eigen taak. De grenzen en inrichting van de tuin zijn ooit arbitrair bepaald. Je zou het best eens over de indeling van de tuin kunnen hebben, of aan ruilverkaveling doen met een aangrenzende tuin. Maar inkrimpen of zelfs afbreken, alleen geredeneerd vanuit een economische winstgedachte of als gevolg van het te belangrijk maken van trends in de samenleving van vandaag, lijkt me geen goed idee. Zeldzame planten zullen verloren gaan, de logboeken van de vroegere tuiniers zouden kwijt kunnen raken.

In een ideale wereld zouden we de managers een straatverbod laten opleggen, maar zo eenvoudig zal het wel niet gaan. Wat in ieder geval belangrijk is: verzet blijven plegen, tegen vervlakking en veralgemenisering bij het vormgeven van (onderdelen van) opleidingen, tegen de introductie van holle managementfrasen in de lijstjes met ‘leerdoelen’ van bachelors en masters, tegen het afschaffen van Middelnederlandse letterkunde als apart vak in de bachelor-opleidingen, om maar een concreet voorbeeld te noemen. Niet meegaan in de dwaling dat alles een economisch bewezen nut moet hebben om te kunnen/mogen bestaan. Je desnoods aan een boom vastketenen, als die bulldozer eraan komt. Zolang er mensen zijn die graag in deze tuin werken, die de planten willen laten groeien en bloeien, en die daar ook voor willen vechten als het nodig is, zal de tuin er zijn. En Neerlandistiek.nl is, zoals ook Neder-L steeds geweest is, een uitstekend irrigatiesysteem, en zal dat hopelijk nog vele kwarteeuwen zijn.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.