Liefde voor het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Toen vorige week bekend werd dat het tv-spelletje ‘Groot Dictee’ niet meer op de tv komt, vonden sommige mensen daar aanleiding in om hun ‘liefde voor het Nederlands’ te verklaren, of om een uitspraak te doen over de bijdrage die het spelletje wel of niet heeft geleverd aan die liefde in ons vaderland.

Ik heb eigenlijk geen idee wat dit is. Liefde? Voor het Nederlands? Wat is dat dan voor gevoel? En waarom zouden we moeten promoten dat andere mensen dat gevoel ook krijgen?

Ik snap natuurlijk best dat je allerlei gevoelens kunt hebben voor abstracte zaken. Maar dat lijken me dan altijd idealen. Ik denk dat ikzelf bijvoorbeeld best mijn liefde zou kunnen verklaren voor de vrijheid, de democratie of de internationale broederschap van alle mensen. Maar is het Nederlands dan een ideaal? Ja, voor Vlamingen van vijftig jaar geleden, maar voor ons? 

Fijne syntaxis

Ook kun je houden van abstracte zaken die eerder een soort verzamelterm is. Ik houd van de Libanese keuken, omdat ik allerlei gerechten uit die keuken lekker vind. Ik houd van klassieke muziek, ik houd van wetenschap, ik houd van de tango – het lijkt mij eigenlijk steeds te betekenen dat er bepaalde onderdelen zijn waar je van geniet; genoeg om de ‘liefde’ te betrekken op het geheel. Maar wat zijn dan die onderdelen van het Nederlands? De vele fraaie woorden zoals kantoortuin, uitwaaien en botsautootje? Maar geniet je daar dan inderdaad evenveel van als van een uitvoering van een sonate van Scarlatti?

Het probleem met die liefde is geloof ik dat de taal te verweven is met de mens om te kunnen leiden tot echte liefde. Zodra je wakker wordt, denk je: taal – in het geval van de lezers en de schrijver van dit blog zal dat meestal het Nederlands zijn. Ik denk, ik praat, ik luister, ik schrijf de hele dag, en dat al mijn leven lang. Dat geldt voor die liefhebbers van het Nederlands toch ook? Zijn die dan bezig de hele dat enthousiast te zijn over die fijne syntaxis en die heerlijke klanken van onze taal? Je houdt toch ook niet van je eigen armen en benen? Van de menselijke psychologie?

Ontdekkingstocht

Ik vind ook heel veel dingen leuk die je met taal kunt doen, zoals lezen, schrijven en discussiëren. Het Nederlands speelt bij dat alles een speciale rol omdat het mijn moedertaal is en dus in veel opzichten intiemer met me verbonden dan andere talen: mijn jeugd was vrijwel exclusief Nederlandstalig, en ook sindsdien heb ik het meest gesproken en geschreven in die taal, heel veel van de belangrijkste gesprekken in mijn leven in het Nederlands gevoerd, een paar ontroerende brieven in die taal gekregen. Maar de ontroering die zulke herinneringen bij me te weeg brengen, draag ik niet over op de taal; noch is het een reden om van anderen te verlangen ook zulke gevoelens te hebben.
Ik ben natuurlijk wel mateloos nieuwsgierig naar taal, juist omdat ze voortdurend overal om ons heen is, omdat ik het gevoel heb dat ze voor een belangrijk deel mijn wereld bepaald, dat ik de wereld, de mens en uiteindelijk mijzelf alleen goed kan begrijpen als ik snap hoe taal werkt. Dat gaat wel gepaard met allerlei positieve gevoelens die je eventueel liefde zou kunnen noemen, maar die betreffen toch vooral verwondering, nieuwsgierigheid, en af en toe het gevoel er iets meer van te begrijpen.

ik zie het ook eerder als mijn doel om dat soort gevoelens te delen dan die mysterieuze ‘liefde voor het Nederlands’, die toch vooral gebaseerd lijkt op een levenshouding waarin je al weet hoe het zit. De genoegens van het leven dat je leidt als een ontdekkingstocht – dat is wat ik nu graag zou willen delen in de tv-minuten die vrij komen nu een zeker spelletje niet langer te zien is.