Gedicht: Arjen Duinker – Laten we de lucht over de knie leggen

In 1988 werd de eerste C. Buddingh’-prijs uitgereikt, voor het beste debuut van 1987. Er waren acht bundels genomineerd, en uit vijf daarvan leest u deze week een gedicht, geselecteerd door dichteres Hester Knibbe. Komende vrijdag komt er een gratis e-boekje beschikbaar, met daarin een gedicht uit alle acht de bundels – opmerkelijk genoeg van acht dichters die ook vandaag de dag nog poëzie schrijven. Als vierde: Arjen Duinker.
.

Laten we de lucht over de knie leggen,
de wereld omkeren en uitschudden,
de woorden toeschreeuwen,
het heft …

De weg naar de voet van de berg
is onbegaanbaar,
laten we de rivier proberen.

Laten we de stomme huizen aan het schrikken maken,
de stomme stoelen bedreigen,
de kamerjas verbranden!

‘Kom, dingen die blijven en lachen,
merk me op!

We verdrinken het botte mes
en vergeten het bij de wijngaard,
ik zing, jullie begeleiden me,
we gaan samen stroomopwaarts en denken niet
aan afscheid.’

Arjen Duinker (1956)
uit: Rode oever (1988)