Centraal Eindexamen Nederlands vwo 2017: mijn antwoorden

Door Marc van Oostendorp

In voorgaande jaren plaatste ik hier steeds op de avond na het eindexamen Nederlands voor vwo een bespreking. Ik deed dat aan de hand van het examen zelf en het correctiemodel. Dat laatste wordt nu echter pas vrijdag vrijgegeven. Ik zal dus pas daarna een bespreking kunnen maken. Voor die tijd plaats ik echter hier al mijn antwoorden.

Let op: dit zijn dus niet noodzakelijkerwijs de juiste antwoorden, maar de antwoorden die ik zou geven (onder omstandigheden die minder geconcentreerd zijn dan een examenzaal). Verbeteringen en ander commentaar graag hieronder.

Wie het eindexamen ook wil maken; dat kan hier. Ik ben erg benieuwd naar bevindingen van leerlingen en anderen. Graag in het reactiepaneel hieronder!

1. De beschuldiging dat vrouwen het slechter hebben dan mannen behoeft nuancering. Ze is niet in alle opzochten waar.
2. De vergelijking wordt gemaakt om aan te tonen dat vrouwelijke moordenaressen er sinds onheuglijke tijden beter vanaf komen.
3. Onder allerlei omstandigheden wordt een vrouwenleven als waardevoller beschouwd dan het leven van een man.
4. B
5. B
6. D.
7. Standpunt: Mannen worden er ten onrechte van beschuldigd dat ze het beter hebben dan vrouwen. 
Argumentatie: meerdere argumenten
Conclusie: Mannen worden, omdat ze nu eenmaal sterker zijn, juist vaak benadeeld.
Aanbeveling: De situatie kan blijven zoals hij is, maar vrouwen mogen mannen ook wel bedanken.
[Opmerking: Het is verwarrend dat ‘meerdere argumenten’ geen hele zin is.]
8. 2
9. 8
10. ‘Apocalyptisch geschreeuw over de teloorgang van de man’
’Gerammeld aan de poorten van de gevestigde orde’
11. De Beauvoir stelt dat de kracht van de man bestaat uit doden; dat is veel specifieker dan waar Van Creveld op doelt. Hij heeft het veel algemener over fysieke kracht – om te tillen, te vechten, enzovoort.
12. ‘Wie dat bevoorrecht noemt, gelooft in sprookjes (…)’
‘Het artikel van Van Creveld verwordt al helemaal tot fictie (…)’
13. 1. Karakterisering
2. Voorbeeld
3. Beoordeling
4. Argument
14. Ten eerste gebruikt Van Creveld overdreven en zelfs absurde voorbeelden. Ten tweede ziet hij over het hoofd dat vrouwen bezig zijn met een noodzakelijke inhaalslag.
15. 1, 2, 4
16. Gelijkheid tussen mannen en vrouwen kan niet worden afgedwongen door quota.
17. Van Creveld zou vinden dat mannen worden achtergesteld bij vrouwen; Van Saarloos vindt dat vrouwen bezig zijn met een inhaalslag.
18. ‘In werkelijkheid zijn het de mannen die het meeste werk in het leven doen, moeilijkheden verdragen en als gevolg daarvan sterven.’
19. D
20. 4, 6
21. Argument Van Crevel 1: Er zijn wel in de ontwikkelde wereld wel klinieken voor vrouwenziektes, maar niet voor mannenziektes.
Weerlegging Van Saarloos: Zogenaamd neutrale afdelingen zijn feitelijk ingesteld op mannen(lichamen).Onderbouwing: Naar de manier waarop vrouwen door hartkwalen worden getroffen is nooit onderzoek gedaan.
Argument Van Crevel 2: Twee van de drie dollars voor zorg worden in ontwikkelde landen aan zorg voor vrouwen besteed.
22. Bevoorrechting: Mannen moeten betalen voor het recht op trouwen, maan vrouwen niet.
Kritiek: De bruidsschat maakte vrouwen tot bezit.
Bevoorrechting: Vrouwen worden nooit gedwongen tot vechten.
Kritiek: Vrouwen werden – en worden – niet toegelaten tot gevechtsposities.
23. Het is in de praktijk niet mogelijk om nooit te tolereren en dit wordt ook niet altijd wenselijk geacht.
24. Werknemers vinden het, ten eerste, vaak niet nodig om kleine vergrijpen te melden. Officieren willen ten tweede niet altijd eisen omdat ze dan gebonden zijn aan de hoogste strafmaat. Die strafmaat negeert ten derde de vereiste flexibiliteit van de rechtspraak. En ten slotte is handhaving lang niet altijd mogelijk.
25. Lokale gezagdragers moeten duidelijk laten zien voor welke normen staan. Burgers moeten erkennen dat gezagdragers hun werk doen en hen niet zomaar ‘trakteren’ op tegenspraak.
26. 4, 1, 3, 2
27. 1, 3, 6
28. C
29. In deze vakbladen schrijven medewerkers zaken uit de alledaagse praktijk die ze elders niet naar voren zouden brengen.
30. Boetes voor kleine vergrijpen staan in geen verhouding tot andere boetes; het seponeren leidt tot willekeur; er zijn zo veel regels dat bijna alles wat een jongere in het verkeer doet verboden is; kinderen verzamelen zo honderden euro’s boete; dit kan leiden tot dramatische financiële situaties in armlastige gezinnen.
31. D.
32. De officier is de enige die nog kan voorkomen (‘bewaker’) dat de financiële problemen door boetes in sommige gezinnen uit de hand (‘spuigaten’) lopen.
33. Justitie zou de verwerking van boetes overzichtelijker moeten organiseren zodat er meer controle mogelijk is.
34. De daadwerkelijke consequenties van het beleid blijven verborgen in vakbladen; de politiek is meer geïnteresseerd in het tevreden stellen van de kiezer.
35. C
36. B
37. De straffen die het zerotolerancebeleid vergt zijn disproportioneel; dit beleid is ook niet te handhaven.
38. Disproportionaliteit
39. B

Hier is een reactie van een vlogger op de website van NRC Handelsblad.
En hier nog een paar reacties: