Als een Ethiopisch vorst zijn gloênden stranden een vloot ontzendt

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (125)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Soms komt een woord na eeuwen van afwezigheid terug in de taal. Lang, lang is het opgeborgen geweest in een schatkamer van de taal – een nuttig instrument dat niemand tot nut was – en dan haalt iemand het op, poetst het op, en kijk, het blijkt nog precies even nuttig als in de middeleeuwen.

Ontzenden is in het Nederlands zo’n woord. In de dertiende eeuw werd het gebruikt in de betekenis van ‘heenzenden tegen iemands wil’. Het Vroegmiddelnederlands woordenboek geeft dit citaat:

heft uernomen
Dat scheeden suar dat moste comen
Saen tuschen hare ende yolenden
Die got soude emmer hare onssenden
Jn corten tiden

Het Middelnederlands Woordenboek lijkt al iets onzekerder over het werkwoord, en sindsdien is er eeuwenlang niets meer van gehoord. Het duikt nog wel even op in een sonnet van de neerlandicus Albert Verwey:

Als een Ethiopisch vorst zijn gloênden stranden
Een vloot ontzendt, met schatten rijk geladen,
Goud en ivoor en heerlijke gewaden,
Ten groet en gave een vorst van vreemde landen: –

De schepen pronken langs de blauwe paden,
En heel een bonte stoet gaat uit bij ’t landen,
Slavinne’ en slaven, met gebogen handen
Knielend ten troon, met schalen en sieraden:

Zóo dringt zich heen de drom van mijn gedachten,
Om u, mijn Vorst en Vriend, geknield te groeten,
Met pracht van ’t eêlste, in mijn gemoed gevonden:

Voor u zal ‘k volle vloot op vloet bevrachten
Met rijken zang en liefde, en voor uw voeten
De schatten hoopen, die hier onnut stonden.

Het is niet helemaal duidelijk of Verwey hier zijn kennis van het vroegmiddelnederlands tentoon spreidt, of hij het nog in zijn eigen tijd van iemand heeft gehoord of dat hij het zelf heeft gemaakt. Tegen het eerste pleit dat de betekenis hier net een beetje anders is, althans, er is geen reden om te veronderstellen dat de vloot tegen zijn wil wordt weggestuurd door de Ethiopische vorst. Het zou zelfs enige afbreuk doen aan dit liefdesgedicht.

Dat Verwey het nog uit het dagelijks leven kende is ook niet heel aannemelijk, al weet je het maar nooit. Delpher geeft maar drie vindplaatsen en dat zijn alledrie scanfouten. Ook in woordenboeken vind je het niet meer. Het woord zou dan dus eeuwenlang volkomen onder de radar moeten hebben voortbestaan.

Verwey heeft het dus waarschijnlijk zelf gemaakt. Zo moeilijk is dat ook niet: men neme het werkwoord zenden en het voorvoegsel ont; men plaatse de laatste in de daartoe geëigende positie, en klaar is Kees.

We kunnen dat ook nog steeds. De laatste tijd duikt ontzenden ineens weer af en toe ergens op, zij het in een geheel nieuwe betekenis. Sommige e-mailprogramma’s staan de gebruiker toe de eerste paar seconden nadat ze op ‘Zenden’ hebben geklikt, die actie ongedaan te maken, om die veel te kwade missive alsnog ongedaan te maken. Unsend heet dat in het Engels; en op Nederlandse internetpagina’s wordt dat dan ‘ontzenden’ genoemd, waarbij ont dus niet meer ‘heen’ betekent, maar ‘het tegenovergestelde’.

Het gekke is dat zo’n regel als die van Verwey daardoor gaandeweg onbegrijpelijker dreigt te worden. Toen we het woord niet in onze actieve woordenschat hadden, konden we online zelf de juiste betekenis uitrekenen. Maar als je zo’n vorm eenmaal in je systeem hebt zit, gaat de geest niet zo makkelijk meer rekenen en kiest de makkelijke route – die van het opdiepen uit je geheugen waar de schatten anders toch maar onnut stonden.