Vet kutte dingen

Door Marc van Oostendorp

Bron: Kakhiel. Merk op dat ’10 vet kutdingen’ ongrammaticaal zou zijn.

Twitter schijnt op zijn laatste benen te lopen, maar tot het zo ver is, hebben de taaltwitterati wel weer een productief weekeindje. Het begon met een tamelijk onschuldige vraag die alleen aan Onze Taal gericht was:

Al snel begonnen allerlei mensen zich ermee te bemoeien. Hoe bepaal je eigenlijk dat super en hyper hier noodzakelijk voorvoegsels zijn en geen bijwoorden? Wat is het verschil tussen extreem mooi en super mooi?

Pardonneer me mijn Frans

We werden het er al snel over eens dat het feit dat je extreem nog kunt bepalen met een bijwoord, maar super niet. Je kunt, met andere woorden wel heel extreem mooi zeggen, maar niet heel supermooi. (Ja, ik weet wel dat er iets vreemds is aan de betekenis van heel extreem, maar die vorm klinkt toch een stuk beter dan heel supermooi.)

Daarop verdiepte Menno van den Bos de discussie met een nieuwe vraag:

Eerste lid

Nu is kutding natuurlijk een zelfstandig naamwoord en geen bijvoeglijk naamwoord (en kut ding een zelfstandignaamwoordgroep en geen bijvoeglijknaamwoordgroep), dus voor een deel gelden hier verschillende criteria. Bovendien heb je in dit geval, geloof ik, beide vormen voorhanden: een kut ding en een kutding.

Je kunt de twee vormen herkennen door het lidwoord te veranderen: het kutte ding staat dan tegenover het kutding. Er is bovendien een verschil in klemtoon: een kutding heeft (net als een huisdeur) klemtoon op het eerste lid (KUTding), en een kut ding heeft (net als een mooi ding) klemtoon op het tweede (een kut DING).

Niet verbogen

Modificeerbaarheid van kut is hier ook een onderscheidend kenmerk. Je kunt wel een heel kut ding zeggen (let maar weer op de klemtoon) en niet een heel kutding; je hebt ’10 vet kutte dingen’, en eventueel ’10 vette kutdingen’, maar niet ’10 vet kutdingen’. Ietwat uitzonderlijk is dat je wel kunt zeggen het is zwaar kutweer, met klemtoon op kut. Vet en kut horen overigens allebei tot de niet al te grote klasse van woorden die we zowel als bijvoeglijk naamwoord, als zelfstandig naamwoord áls als werkwoord kunnen gebruiken.

Eigenaardig is dat kut niet heel vaak als verbogen bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt. Het kutte weer kán wel, maar je hoort het niet vaak. Op internet lijkt de verbogen vorm vooral gebruikt te worden in de constructie ‘het kutte is dat…’ – dat is bovendien ook de vorm die Van Dale geeft. Het gebruik van kut lijkt verder vooral predicatief: dat is kut, ik vind het kut. En in die positie wordt het woord niet verbogen.