Het provinciaalse accent van de koning en van Chriet Titulaer

Door Marc van Oostendorp

Het is dus ook de koning overkomen. Hij vertelde erover in het interview dat hij deze week gaf aan Wilfried de Jong: toen hij als puberjongen verhuisde van Baarn naar Den Haag, werd hij op school ‘gepest’ met zijn ‘provinciaalse’ accent.

Ik wist dat niet. De anekdote dat Willem-Alexander en zijn broers op de middelbare school tot irritatie van hun moeder plat-Haags spraken, die kende ik; ik heb er in het verleden ook weleens over geschreven. Maar dat het compensatie was, een manier om zo snel mogelijk in te burgeren op hun nieuwe school, dat wist ik niet.

Toevallig wijdde de taalkundige Sterre Leufkens deze week ook al een blogpost aan de vraag of je je accent kunt afleren:

Op mijn achtste verhuisde ik van de Randstad (accent: Goois-achtige r, Rotterdammeske o) naar Twente. In no time had ik een andere r aangeleerd, en klonken mijn klinkers anders. Zelf hoorde ik het niet, maar vrienden uit het westen zeiden het. Laatst zag ik een filmpje terug van een 12-jarige Sterre en inderdaad: een onvervalst Twents accent. Toen ik op mijn 18e in Amsterdam ging wonen verdween dat weer helemaal: ik klink nu Algemeen Randstedelijks (geloof ik).

Helaas wilde de koning niet ingaan op de vraag van De Jong of hij nog wat Haags voor kon doen, al deed hij uiteindelijk nog wel een meneeâh de vooâhzittâh. Nog jammerder vind ik dat De Jong hem er niet toe heeft bewogen om dat ‘provinciaalse accent’ nog eens op te zetten, want dat had ik weleens willen horen. Utrechts heb ik nooit in de taal van Willem-Alexander gehoord. Hij klinkt ook Algemeen Randstedelijk. (Ik vraag me af of dat ‘provinciaalse’ van het Baarnse accent niet een discrete manier is om te zeggen ‘bekakt’; dat dát hetgene was dat op de Haagse school niet werd geaccepteerd.)


(vanaf 4:07)

Ook ik heb in dezen mijn eigen geschiedenis. Van mijn zijn opnamen waarop ik als 4-jarige Marc voluit Rotterdams praat. Daarna heb ik eerst op een Bossche school gezeten, waar kinderen die uit omliggende dorpen kwamen en al te Brabants praatten werden uitgelachen, net als ik met mijn Rotterdams; en daarna op een middelbare school waar de kinderen uit die dorpen juist de overhand hadden. Ik heb er een heel repertoire aan variëteiten aan overgehouden.

Het komt dus nogal eens voor, met al die ouders die van de ene kant van het land naar de andere verhuizen. Hoe gaan die aanpassingen? Behalve het proefschrift van Kathy Rys (uit 2007, in Gent; staat helaas niet op internet, geloof ik) ken ik er geen studies naar. Terwijl zowel het pesten als de reactie erop natuurlijk waanzinnig interessante fenomenen zijn.

Het pesten konden we gelukkig óók al deze week observeren, nu Jelle Brandt Corstius bij DWDD Chriet Titulaer aanpakte om zijn ‘provinciaalse accent’. Helaas kon Titulaer niet terugslaan in lekker Haags: ‘Wat de geachte afgevaardigde daar zegt is natuurlijk gelul van een dronken aardbei.’

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

4 Responses to Het provinciaalse accent van de koning en van Chriet Titulaer

  1. Kathy schreef:

    Leuk stuk Marc. Mijn proefschrift staat wel op internet, maar is misschien niet zo goed vindbaar: http://www.kathyrys.be/Proefschrift.htm

  2. DirkJan schreef:

    Kennelijk is niet iedereen gevoelig om later zijn accent aan zijn omgeving aan te passen, want Chriet Titulaer bleef altijd met een zwaar Limburgs accent spreken (geboren in Venlo) , terwijl hij in Utrecht ging studeren en de rest van zijn leven ook in de provincie Utrecht is blijven wonen en er is overleden.

    • DirkJan schreef:

      En ik weet dat leeftijd een rol speelt bij het nog wel of niet kunnen afleren van een eigen accent, maar ik vond het bij Titulaer toch wel opvallend. Maar over Koot en Bie gesproken. Kees van Kooten sprak vroeger toen hij jong was met een duidelijk Haags accent, maar later – in de jaren zeventig – toen hij op tv kwam, is hij zich daarvoor gaan schamen en is hij wat overdreven netjes gaan praten. Zo sprak hij bijvoorbeeld alle eind-ennen uit. Maar een aantal jaren geleden heeft hij dat – zei hij zelf – losgelaten en is hij weer teruggevallen op zijn oude Haagse moederlijke tongval. En ja, dat is ook duidelijk te horen, onder meer in de documentaire-serie over de jaren zestig van een paar jaar geleden en waarbij hij de voice-over doet. De Haag is een êindestad en Wim de Bie is er weer gaan wonen.

Reacties zijn gesloten.