Flitsquiz: Welke neerlandici gedenken we de komende week voor u?

Gegroet, vrienden van de verscheiden neerlandici! U bent er op deze mooie zonnige dag vast niet zo mee bezig, maar de komende week gedenken wij een recordaantal neerlandici (het is niet voor niets de Goede Week moet u maar denken). Houdt u dus de komende week de rechterkolom goed in de gaten, want diverse gedenkwaardige neerlandici komen daar voorbij. Klikt u eens een levensberichtje aan, en leest u met verbazing en bewondering over de verdiensten van al die grote en minder grote voorgangers.

Er zijn altijd vele neerlandici die zich mengen in het publieke debat over taalkwesties. Zo ook degene die het onderwerp van deze flitsquiz is. Bijna duizend keer schreef hij met een vlotte pen over van alles en nog wat op taal- en onderwijsgebied: over de spelling natuurlijk (want daar ontkom je als neerlandistisch publicist haast niet aan), over een modern woordenboekproject, over morfosyntactische verschijnselen, het salaris en het kennisniveau van de leraar, enfin: noem maar op. Bijna driehonderd van die duizend geschriften zijn zelfs officiële publicaties.

Hij had, zoals dat tegenwoordig heet, ook een fittie met een collega, waardoor hij uit de redactie van een tijdschrift stapte, en hij debunkte een groot aantal analyses van een morfologisch verschijnsel dat tot zijn favorieten behoorde.

Wie was hij, over welk woordenboekproject schreef hij, met welke collega had hij die fittie, en wat was zijn favoriete morfologische verschijnsel?