De Baur die niet sterft

Herinnering aan een pionier van de moderne letterkundige neerlandistiek

Door Yves T’Sjoen

Op 20 april jongstleden was het dag op dag honderddertig jaar geleden dat de Gentse neerlandicus Frank Baur (1887-1969) is geboren. Zonder ‘Slowquiz’ op neerlandistiek.nl, onlangs geïnitieerd door Marc Beerens, was het geboortejaar mij eerlijk gezegd ontgaan. Opzet van het nieuwe initiatief is “verschillende neerlandici aan wie mensen nog persoonlijke herinneringen hebben, of van wie mensen nog anekdotes uit de eerste of tweede hand kennen” voor het voetlicht te brengen. Ik heb geen persoonlijke herinneringen aan professor Baur. Hij is in het roerige academiejaar 1968-1969 overleden, op het moment dat ik mijn eerste woordjes leerde en professor Antonin van Elslander als decaan van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte poogde de verhitte studentengemoederen te bedaren.

Voor het Bio- en bibliografisch lexicon van de neerlandistiek heeft professor Anne Marie Musschoot het lemma verzorgd over Frank Baur. Daarin kunnen we lezen dat de welbespraakte en bij studenten en collega’s geliefde hoogleraar een eminent Gezelliaan was én kenner van het werk van de flamingantische dichters Albrecht Rodenbach en René de Clercq. Later is de auteursgerichte onderzoekstraditie in Gent overigens voortgezet. Cyriel Buysse, Richard Minne, Maurice Gilliams, Karel van de Woestijne en ook de Vlaamse Vijftigers en ‘Vijfenvijftigers’ kregen de voorbije decennia uitgebreid aandacht. De negentiende eeuw en de (literaire) nalatenschap van cultuurflamingant Jan-Frans Willems genoten aan de UGent meer dan gewone belangstelling. Filologisch onderbouwde tekstuitgaven bezorgden en bezorgen de literaire productie van deze actoren een Nachleven en bekendheid bij generaties studenten.

Frank Baur wordt vandaag nog steeds geciteerd in colleges Nederlandse letterkunde aan de Gentse universiteit. Hij voltooide na de Eerste Wereldoorlog zijn studie Germaanse filologie in Leuven. De tekst van zijn proefschrift in 1920 fungeerde later als “aanzet” voor de canonieke bijdrage ‘De literatuur, haar historiografie en methodes’ in de Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Anne Marie Musschoot heeft recent als co-hoofdredacteur, samen met Arie Gelderblom, de nieuwe reeks Geschiedenis van de Nederlandse literatuur – voltooid en op die wijze de traditie van de literatuurgeschiedschrijving aan mijn Alma Mater voortgezet.

Een andere werkmethodiek, vandaag nog steeds prominent in het wetenschappelijk onderzoek van de letterkundige neerlandistiek in Gent, is de literatuur-genetische en teksteditorische studie. Zonder meer schatplichtig aan het tekstgenetisch-interpretatief onderzoek van de geleerde voorgangers is de performante universitaire onderzoeksgroep Teksteditie Literatuur in Vlaanderen. Zoals Frank Baur, later Antonin Van Elslander, Ada Deprez en Anne Marie Musschoot, de focus van het modern letterkundig onderzoek richtten op de genese van de literaire tekst, worden vandaag studenten nog altijd ingewijd in methoden en concepten van de moderne editiewetenschap en gewezen op het complementaire belang van tekstgenetische en hermeneutische studie.

De erfenis van Frank Baur betreft niet uitsluitend de aandacht voor tekstgenese en teksteditie. De hoogleraar bekwaamde zich evenzeer in de vergelijkende literatuurwetenschap. Vandaag krijgt het letterkundige comparatisme aan de UGent een transnationale invulling. Het is bijvoorbeeld bekend dat Baur, na Anthonie Donker (Amsterdam), als promotor optrad voor het proefschrift van de Zuid-Afrikaanse schrijver en academicus Ernst van Heerden (behaald aan de Rijksuniversiteit Gent in 1953). Ook vandaag worden grenzen opengebroken en wordt de moderne Nederlandstalige literatuur in een internationaal perspectief bestudeerd, onder meer door het Gents Centrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika, met aandacht voor de transcontinentale dialoog tussen de literaturen van het Afrikaans en het Nederlands. De nieuwe leerstoel Zuid-Afrika: talen, literaturen en maatschappij zal vanaf oktober 2017 de comparatieve studie nog méér in de kijker plaatsen.

In menig opzicht is sprake van een academisch continuüm: tekstgenetisch onderzoek, vergelijkende literatuurstudie, literaire historiografie, werkimmanente analyse, poëziestudie. Het is vanzelfsprekend dat vandaag in een gewijzigde literatuurwetenschappelijke context in onderzoekparadigma’s die ten grondslag liggen aan de letterkundige neerlandistiek ook andere accenten worden gelegd. Zoals een geschiedenis golfbewegingen laat zien, komen we vandaag weer uit bij enkele aanzetten die Baur voor zijn academische loopbaan als primordiaal beschouwde. Hij grossierde naar verluidt ook in biografische anekdotiek, zoals te lezen in Albrecht Rodenbach. Het leven. De persoonlijkheid (1960), en leverde zich over aan psychobiografische lezingen van teksten. Studenten wordt vandaag afgeraden literatuur te reduceren tot vermeende bedoelingen of het biografische getuigenis van een schrijver.

De herdenking van het geboortejaar van Baur is een uitgelezen moment om de historiek van ons vakgebied ter gelegenheid van UG200 in de schijnwerper te plaatsen. De neerlandistiek heeft in de universiteitsgeschiedenis een cruciale rol gespeeld, ook op bestuurlijk vlak, en belangrijke voorgangers hebben de krijtlijnen getekend waarbinnen het vakgebied zich de afgelopen eeuw heeft ontwikkeld en altijd weer nieuwe horizonten verkend. In tijden dat de letterkundige neerlandistiek zich in zwaar weer bevindt en aan de Alma Mater in een bedenkelijk daglicht staat, is het van belang met het oog op de toekomst terug te blikken en zich bewust te zijn van een ongemeen rijke voorgeschiedenis.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.

1 Response to De Baur die niet sterft

  1. Marc Beerens schreef:

    Voor de statistieken: de Slowquiz is niet door mij geïnitieerd, maar door Peter-Arno Coppen.

    Boeiend aan de notitie van Yves T’Sjoen is inderdaad dat ze laat zien hoe specifieke aandachtsgebieden generaties lang onderzoek en onderwijs van een bepaalde vakgroep neerlandistiek vorm kunnen geven. De beschouwing van Baur over ‘De literatuur, haar historiografie en methodes’ staat overigens integraal op de DBNL: http://www.dbnl.org/tekst/baur001gesc01_01/baur001gesc01_01_0001.php#1

Reacties zijn gesloten.