Gedicht: Bertus Aafjes – Kamelen

Kamelen

Langs het stervend goud der horizon
Gaan op slanke wereldwijze benen
De kamelen, plotseling verschenen,
Naar het wachtend water van de bron.

En hun hals reikt ver vooruit naar ’t doel,
En hun neuzen staan gevleugeld open,
Dédaigneus en adellijk. Zo lopen
Joodse rabbi’s soms door ’t stadsgewoel.

Dorstig dravend en door niets belet,
Laten zij nochtans hun haast niet blijken,
Zouden liever aan hun dorst bezwijken
Dan de maat verliezen van hun tred,
En zij zweven door het avondgoud
Als muziek – die enkel wordt aanschouwd.

Bertus Aafjes (1914-1993)
uit: Het koningsgraf (1948)