Bloggen is niet mijn werk

Door Marc van Oostendorp

2016-12-07-21-42-00Bloggen is terugkijken. Ik schrijf al twintig jaar voor Neder-L  en Neerlandistiek en vandaag is het precies vijf jaar geleden dat ik begon bijna iedere dag te schrijven. Inmiddels heb ik hier ongeveer 1800 stukjes geschreven. Dat zijn meer dan een half miljoen woorden.

Mensen gaan dan denken dat je een soort expert bent en je uitnodigen om aan anderen uit te leggen hoe je dat doet, stukjes schrijven.  Zo werd ik onlangs uitgenodigd om voor een groep jonge bloggende onderzoekers (ze bestaan!) anderhalf uur te komen praten over de vraag ‘hoe vind je een onderwerp?’

Anderhalf uur! En ik heb geen idee. Ik geloof dat het dagelijks schrijven mij inmiddels heeft gemaakt tot een kip van blogstukjes: er zijn er permanent een aantal eieren aan het rijpen, en iedere dag komt er één los.

Toevallig twee

Ik werk inmiddels eigenlijk ook iedere dag aan een stuk of twee a drie stukjes in verschillende fases. Dat werkt ongeveer zo: voor één maak ik een aanttekening, nummer twee schrijf ik min of meer op, en nummer drie schrijf ik (vlak voor publicatie) echt uit. (Sommige lezers zeggen dat ik de vierde fase, van de spellingcontrole, oversla, maar die begrijpen niet dat ze dat maar zelf moeten doen als ze het zo leuk vinden.)

Het schrijven van een individueel stukje wordt daardoor nooit helemaal serieus: de eerste keer is het slechts een aantekening, de tweede keer slechts uitwerken, en de derde keer slechts even doorlopen. Het is geen werk, en het moet het dat ook niet worden. Vandaar dat ik ook af en toe een dag oversla – om mezelf te bewijzen dat het echt wel kan. Het is ook de reden waarom ik een beetje schrik van zo’n verzoek om een workshop: is het dan tóch werk?

Briefwisseling

Daar gaan natuurlijk nog stadia aan – vooraf van het ‘vinden’ van een onderwerp, maar omdat ik altijd weet dat ik nog een stukje moet schrijven, staat mijn antenne voor mogelijke onderwerpen altijd aan, en nooit op paniekstand. Ik heb ook meestal een stuk of tien stukjes klaar staan, dus als er een dag niets komt, plaats ik er daar een van. Op een andere dag maak ik er dan toevallig twee. (Ik plaats ook oude stukjes om te zorgen voor afwisseling als ik met het schrijven ineens een obsessie heb voor culturele toe-eigening waarvan ik weet dat die jullie verveelt. Zo zorg ik dan voor wat afwisseling. Ja, dat doe ik allemaal voor jullie!)

Ik mag graag denken dat dit de toekomst is van de wetenschappelijke discussie: een veel controleerbaardere vorm van de briefwisseling tussen geleerden zoals die in de 17e en 18e eeuw gevoerd werd. Zo’n briefwisseling ging natuurlijk ook over van alles en nog wat, kon ook een hoge frequentie hebben. En was ook geen werk.

Ongevlochten

Het is best een leuke manier om door het leven te gaan, al bloggend. Nog even afgezien van het enorme nut dat het heeft voor de wetenschap, samenleving en het militair-industrieel complex, is het ook een fijne manier om verloren uurtjes aan het begin en het eind van de werkdag nog te vullen met losse eindjes – een excuus om interessante boeken te lezen die anders bleven liggen, een excuus om zinnen in elkaar te vlechten die anders ongevlochten bleven, een excuus om met vormen te experimenteren.

Ik heb dit nu vijf jaar gedaan. Vandaag begint ook nog eens mijn vijftigste levensjaar. Met beide – bloggen en leven – wil ik nog wel even doorgaan.