Jij moet gaan vloggen

Het socialemediabeleid wordt vermoord in een nieuwe aflevering van De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (17)“Gerard,” zei de boomlange manager Sophie op haar vriendelijkst tegen haar collega. “Het kan zo niet doorgaan.”

Gerard was lange tijd de ietwat saaie vakdidacticus van de afdeling geweest tot hij enkele jaren geleden in een ietwat saaie manager was veranderd. Omdat hij te verlegen was om zelfs maar slechtnieuwsgesprekken te voeren, had het management team besloten hem uiteindelijk tot coordinator social media te benoemen.

Plichtsgetrouw plaatste Gerard sinds die tijd één keer per dag een lollig bedoelde maar wetenschappelijk en didactisch verantwoorde quiz op Facebook (‘Welk bijvoeglijk naamwoord ben jij?’) en ongeveer vijf keer per dag (in het weekeinde: drie keer) een tweet waarbij hij aansluiting zocht op een trending topic om de aandacht te vestigen op de opleiding (‘Zodadelijk #utrnec. Dat zijn wel heel veel zachte g’s bij elkaar! #opleidingNederlands’). 

“We hebben nog maar 122 volgers, Gerard.”

“Maar daar zitten wel enkele heel belangrijke bij,” verdedigde de coordinator social media zich. “We hebben bijvoorbeeld vier middelbare scholen hier in de regio. Een daarvan heeft me onlangs nog geliket op Facebook. En de rector van onze eigen universiteit heeft een half jaar geleden nog een berichtje geretweet. Wacht! Ik zoek het even op in mijn database.”

Gerard liet het Excel-bestand zien waarin hij van iedere tweet nauwkeurig noteerde wanneer het was verstuurd, en wanneer er een reactie op was gekomen, en door wie.

“Het is de kwaliteit die telt,” zei Gerard. “Geen kwantiteit. Bovendien zijn we onlangs met een blog begonnen waarop onze eigen studenten hun werkstukken kunnen voorstellen. Ik sprak laatst met iemand in het College van Bestuur. Die had het nog niet gezien maar was al wel heel enthousiast!”

“Maar daar wilde ik het precies met je over hebben,” zei Sophie. “Blogs! Facebook en Twitter! Sorry, Gerard, maar daar zit dus geen jongere meer op. Het zijn al minstens twee jaar in ieder geval Instagram en Snapchat. Waarom hebben wij daar nog geen strategie voor? Waarom doen wij niks met video?”

“Maar is dat nu wel verstandig?” verdedigde Gerard zich, terwijl hij voorzichtig een pluisje van zijn cachmere trui schuierde. “Het lijkt me allemaal een beetje een hype, met die video.”

“So what!” Sophie keek even op haar mobiele telefoon. “Nee, Gerard. Zo komen we er niet. Jij moet gaan vloggen!” Gerard keek haar aan, hij kende zijn plaats. “Volgende week ligt er een nota in je mailbox,” zei hij gehoorzaam. “Met een budget voor een goede afdelingscamera,” bepaalde zij.