Gedicht: Willem Kloos – Ligt gij zoo lang-uit op uw stoel, mijn blonde

Het 84ste vers uit Honderd verzen en Okeanos van Willem Kloos.

 

Ligt gij zoo lang-uit op uw stoel, mijn blonde,
Donkere blonde met vage, ephemere
Trilling der trekken op uw trotschlijk-teêre
Wezen dat, rose lelie, zacht-gewonden

In ’t om uw voorhoofd en uw wang geronde
Weemlen der lokken, lijkt een eeuwig te eeren
Mysterie van genâ, waarnaar ‘k mij keere…
Ligt gij zoo lang-uit daar, mijn rood-gemonde?

Ligt gij zoo? O, lig zoo..! De vleuglen hoor ik
Rondom u kleppen van de onzichtbre droomen,
U met mysterievollen lust verrukkend..!

O, zalig zal het zijn, als ‘k straks, u drukkend
Aan mijne borst, hoor vragen u met schromen,
Terwijl ge uw oogen lief opslaat: ‘Bekoor ik?’

Willem Kloos (1859-1938)
uit: Honderd verzen en Okeanos (1909)