Een warme trui voor het Surinaams-Nederlands

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-27Over het Surinaams-Nederlands weten we belachelijk weinig. Het is een variëteit van het Nederlands met eigen woorden (tori voor verhaal), eigen constructies (‘voordat je denkt, raakt een 50SRD op’), eigen klanken (de met de lippen uitgesproken w), enzovoort, maar een en ander is nauwelijks in kaart gebracht.

Dat komt doordat Nederlandse en Surinaamse taalkundigen de taal links hebben laten liggen (over het Sranan weten we bijvoorbeeld veel meer). En dat heeft op zijn beurt weer te maken met de lage dunk die men in Suriname nog van de variëteit heeft. Het ‘Europese Nederlands’, zoals dat in Nederland gesproken wordt, geniet er nog het hoogste aanzien. Het is de taal die leerlingen en leraren op school geacht worden te spreken, en de taal die intellectuelen en ambtenaren geacht worden te gebruiken.

Warme trui

Gisteren kwam Wim Berends een lezing geven op het Meertens Instituut over de scriptie over de noodzaak van een goed taalbeleid in het Surinaamse onderwijs, die hij onlangs schreef voor de Anton de Kom Universiteit van Suriname.

De problemen lijken in sommige opzichten op de moeilijkheden die Steven Delarue onlangs beschreef in zijn proefschrift over het onderwijs in Vlaanderen. De leraren moeten op school les geven in een taalvorm die eigenlijk uit een ander land komt. Dat betekent dat ze taalvormen fout moeten rekenen die zelf eigenlijk de hele dag zeggen, en dat ze zelf een taal spreken die niet echt bij hun of bij de situatie past. Berends vertelde bijvoorbeeld dat in leerboeken Nederlands wordt verteld over kinderen die naar het strand gaan en dan hun warme trui aan moeten; zelfs al zijn die leerboeken zogenaamd aangepast aan de Surinaamse situatie.

Tijdens de les

Maar in Suriname zijn er ook andere problemen dan in Vlaanderen. Zo kent het land veel meer talen: vrijwel alle Surinamers kennen in ieder geval ook Sranan Tongo, en daarnaast hebben allerlei etnische groepen een of meer eigen talen. In een uitgelekte ontwerp-Taalwet zou er sprake zijn van erkenning van in totaal 22 talen.

Voor die talen is op school eigenlijk geen plaats: kinderen mogen ze onderling bijvoorbeeld niet gebruiken. Volgens Berends zou dát in ieder geval moeten veranderen. Als kinderen de taal met elkaar kunnen gebruiken, ook tijdens de les, kunnen ze elkaar bijvoorbeeld helpen als ze problemen hebben de Nederlandstalige uitleg van de leraar te begrijpen.

Sowieso zouden scholen moeten worden aangemoedigd een taalbeleid in te stellen: hoe gaan we om met al die talen. Nu is het ‘taalbeleid’ van een gemiddelde school dat de leraar wiskunde af en toe aan de leraar Nederlands om hulp komt vragen over hoe hij een onderwerp precies zou moeten uitleggen.

Netwerkje

Volgens Berends staat de centrale rol van het Nederlands bij dit alles niet ter discussie. In het verleden zijn er wel mensen geweest die hebben geopperd om het Sranan belangrijker te maken in het onderwijs, of het Engels, of het Spaans, maar het enthousiasme voor al die plannen is gaandeweg verdwenen. Voor het Sranan zouden alle leermiddelen moeten worden ontwikkeld en het Surinaams Nederlands is uiteindelijk natuurlijk tóch een eigener taal dan de internationale talen Engels en Spaans. Bovendien willen veel Surinamers graag dat hun kind uiteindelijk in Nederland gaat studeren.

Het wordt dus alleen zaak dat er goed wordt uitgezocht wélk Nederlands er nu precies gebruikt kan worden, en wat de plaats kan zijn van de andere talen. De belangstelling voor Berends’ lezing was gisteren behoorlijk groot en de aanwezigen besloten spontaan een informeel netwerkje voor de studie van het Surinaams-Nederlands op te zetten. We gaan hier meer van horen!

Wim Berends heeft een map op Google Drive gemaakt met zijn scriptie, bijlagen en de dia’s van gisteren. Wie meer belangstelling heeft, kan contact met hem opnemen via e-mail.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, Neerlandistiek voor de klas met de tags , , , . Bookmark de permalink.

6 reacties op Een warme trui voor het Surinaams-Nederlands

  1. Gerrit Berveling schreef:

    beste Marc, is veronderstel dat in “eigen constructies (‘voordat je denkt, raakt een 50SRD op’)” een of andere macro met je aan de loop is gegaan, maar duidelijk kan ik die zin niet vinden. wat wordt er bedoeld?

  2. Marcel Plaatsman schreef:

    Bemoedigend! Ik zou ‘r graag meer over lezen, bijvoorbeeld over de ontstaansgeschiedenis ervan (zou nog te achterhalen zijn welk Nederlands er voor de opkomst van de standaardtaal in de kolonie gesproken werd, bijvoorbeeld?).

    ’t Is wel interessant dat deze variant zo klein is. Er wonen nu eenmaal niet veel mensen in Suriname. De scholen die je noemt, hoeveel zijn dat er nu eigenlijk? Het maakt onderzoek vast ook wel doenlijker.

    De ontwikkeling van Surinaams-Nederlands in Nederland is ook interessant. Hoe passen immigranten hun taal aan, in welk tempo, welke volgorde? ’t Zou mooi zijn om dat dan te kunnen vergelijken met de taal van Vlamingen die hier komen wonen, zij passen zich immers ook aan, maar vertrekken vanuit een andere situatie (en zijn vaak ook fierder op hun eigen variant).

  3. Elisabeth D'Halleweyn schreef:

    Hoera! Hoera! Eindelijk weer interesse vanuit de taalkunde voor het Nederlands in Suriname.
    * Correctie: in Suriname heeft men geen lage dunk van de variëteit. Zie Taalpeil 2009: “De Surinamers zelf zijn trots op het Nederlands zoals dat in hun land wordt gesproken. Ruim tachtig procent vindt dat het mooiste. Ze vinden het ook stukken duidelijker dan de taal van de
    Nederlanders. Surinamers spreken trager en articuleren beter. Of zoals ze het
    zelf zeggen: ‘Nederlanders draaien hun tong, Surinamers niet.’” (http://taalunieversum.org/sites/tuv/files/downloads/taalpeil_2009.pdf).
    * Aanvulling: In opdracht van het Surinaamse Ministerie van Onderwijs en de Taalunie werd onderzocht welke talen kinderen in Suriname het beste, het liefste en het meeste spreken en hoe leerkrachten denken over meertaligheid in het onderwijs. Uit het rapport ‘Meertaligheid in het onderwijs in Suriname. Een onderzoek naar praktijken, ervaringen en opvattingen’ van leerlingen en leerkrachten als basis voor de ontwikkeling van een taalbeleid voor het onderwijs in Suriname’ (2012) bleek o.a. de sterke positie van het Nederlands op school maar ook thuis.
    (http://taalunieversum.org/sites/tuv/files/downloads/meertaligheid_in_het_onderwijs_in_suriname.pdf)

    • Ik denk dat hier nog meer over moet worden uitgezocht, want Berends’ bevindingen zijn hiermee dus in tegenspraak. Niet dat dit nu het laatste woord is, maar het Taalpeil had geloof ik ook wel zijn beperkingen. Als ik het goed zie, ging het er daar bijvoorbeeld om dat men zich gunstig vergeleek met Nederlanders in beheersing van de standaardtaal; maar dat betekent nog niet dat men trots is op de eigen variëteit. Ik hoop dat we zulke zaken inderdaad de komende tijd wat beter in beeld krijgen, vooral als we daardoor bijvoorbeeld het onderwijs kunnen helpen.

  4. Dutch++ schreef:

    Binnen het e-learningproject ‘Dutch++’ is uitvoerig aandacht besteed aan Surinaams-Nederlands: https://dutchplusplus.ned.univie.ac.at/node/52

Reacties zijn gesloten.