Breid het bewaarbeleid voor tekstueel erfgoed uit!

Door Nicoline van der Sijs

De afgelopen tijd heb ik tweemaal ervaren dat het bewaren van tekstueel erfgoed bijzondere zorg vraagt. En dat in het beleid van de overheid lacunes bestaan die door particulier initiatief worden gedicht.

Zo bracht ik onlangs een bezoek aan het Medisch Leesmuseum dat prof.dr. Mart van Lieburg op een Urks bedrijventerrein heeft ingericht. Van Lieburg, hoogleraar Medische geschiedenis en bibliothecaris van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunde, verzamelt hier zoveel mogelijk medische literatuur die door bibliotheken en musea wordt afgestoten. Bibliotheken moeten bezuinigen. Ze gaan ervan uit dat de nieuwe wereld digitaal is en dat de werken wel via internet beschikbaar zijn of zullen komen. Dat is wishful thinking: onder de afgestoten vakliteratuur zitten complete verzamelingen oraties en dissertaties uit de 19de en 20ste eeuw, alle jaargangen van de belangrijkste medische tijdschriften, plus waardevolle 17de-, 18de- en 19de-eeuwse boeken. Veelal uniek of uiterst zeldzaam, en slechts een fractie ervan is digitaal beschikbaar. De bibliotheken hebben geen tijd en geld om voor ieder afgestoten exemplaar te onderzoeken of dit al is gedigitaliseerd of nog elders in Nederland aanwezig is, en zetten complete boekenkasten bij het oud papier.

Van Lieburg vangt de verweesde schatten liefdevol op, bijgestaan door een legertje gepensioneerde artsen en met subsidie van particulieren. En zo wordt een unieke collectie medische werken in een Urkse loods bewaard voor het nageslacht. Maar wie ontfermt zich over de vakliteratuur op andere terreinen?

De vraag dringt zich op of dit liefdewerk niet institutionele inbedding en financiële ondersteuning verdient. De Koninklijke Bibliotheken van Nederland en van België zijn wettelijk verantwoordelijk voor het verzamelen en bewaren van publicaties. Maar dat geldt alleen voor nieuwe publicaties. Het is van essentieel belang dat de overheid deze taak uitbreidt, en richtlijnen opstelt voor het wegdoen van gedrukte werken, zoals die ook gelden voor archieven: werken mogen alleen worden weggedaan als er minstens één exemplaar van een werk in openbaar bezit in Nederland aanwezig is. Bibliotheken moeten worden verplicht de beschikbaarheid te controleren voordat ze mogen overgaan tot wegdoen. Als die regel eerder had gegolden, zou niet het grootste gedeelte van de bibliotheek van het Koninklijke Instituut voor de Tropen in het buitenland zijn beland.

Niet alleen oud drukwerk loopt het gevaar verloren te gaan, datzelfde geldt voor specialistische particuliere websites. Er bestaan veel websites waarop amateurs grote verzamelingen aanleggen van foto’s van zeldzame oude boekwerken met daarnaast de transcriptie van de tekst. Zo zijn er prachtige websites gespecialiseerd in flora en fauna, kookboeken, archiefmateriaal van een bepaalde stad of regio et cetera. Het vervaardigen van dergelijke tekstedities vergt veel kennis en tijd. Het resultaat is interessant en belangrijk voor leken en onderzoekers. Dergelijke websites drijven vaak op de kracht van een of twee personen: als die het opgeven, verdwijnt in één klap al hun werk.

Ook hier is ondersteuning van overheidswege dringend gewenst. Recent is de Koninklijke Bibliotheek begonnen met het archiveren van Nederlandse websites zodat deze voor toekomstig onderzoek bewaard blijven. Een stap op de goede weg, maar het materiaal is niet algemeen toegankelijk, door de manier van opslaan maar ook door de – in mijn ogen doorgeslagen – wetgeving: vanwege het auteursrecht is het webarchief slechts beschikbaar in de leeszaal van de KB!

Het is de hoogste tijd dat de overheid een instelling (zoals de KB) aanwijst die de opdracht krijgt omvangrijke websites met waardevolle transcripties van cultureel erfgoed een veilig thuis te bieden. Niet alleen om ze te archiveren, maar vooral om ze op een publiek toegankelijk portaal aan te bieden en levend te houden. Dit kost geld, maar het spaart ook geld: veel websites bevatten kant-en-klare handmatige transcripties, zodat het digitaliseren en lezen met optische tekenherkenning – waar bibliotheken momenteel veel geld aan uitgeven – overbodig wordt, terwijl de kwaliteit van de transcripties aanzienlijk hoger is.

Ons oude gedrukte en jonge digitale erfgoed verdienen het door een zorgvuldiger bewaarbeleid toegankelijk te blijven, voor onderzoekers en het grote publiek.

Deze column verscheen eerder op de website van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.